AEGON - Jaarverslag 2002
Jaarverslag Historische gegevens English version
KEY FACTS BOARD REPORTS OPERATING REVIEW ISSUES ACCOUNTS
Download
Print versie
FINANCIAL REVIEW FINANCIAL REVIEW
Terug naar boven>>
Klik hier om financiële gegevens te downloaden

Kerncijfers
bedragen in miljoenen
2002 2001 2002 2001
USD USD % EUR EUR %
   
      RESULTATEN PER PRODUCTSOORT      
1.379 1.394 –1 Traditioneel leven 1.457 1.557 –6
165 321 –49 Vaste annuities 174 358 –51
257 193 33 GICs en financieringsovereenkomsten 272 215 27
351 566 –38 Leven voor rekening van polishouders 371 632 –41
–437 107 Variabele annuities –462 120
2 84 –98 Vermogensbeheer 2 94 –98
307   Boekwinst Mexico 343  
   
1.717 2.972 –42 Levensverzekering 1.814 3.319 –45
263 187 41 Ziektekosten- en ongevallenverzekerin 278 209 33
59 60 –2 Schadeverzekeringen 62 67 –7
   
2.039 3.219 –37 TOTAAL VERZEKERINGSACTIVITEITEN 2.154 3.595 –40
8 40 –80 BANKACTIVITEITEN 8 45 –82
–296 –355 –17 FINANCIERINGSLASTEN EN OVERIGE –313 –397 –21
   
1.751 2.904 –40 Winst voor belastingen 1.849 3.243 –43
–334 –822 –59 Belastingen –353 –918 –62
48 64 –25 Transamerica Finance Corporation 51 72 –29
1.465 2.146   –32   Nettowinst 1.547 2.397 –35
 
    RESULTATEN GEOGRAFISCH      
1.142 2.034 –44 Amerika 1.206 2.272 –47
624 827 –25 Nederland 659 924 –29
221 333 –34 Verenigd Koninkrijk 233 372 –37
60 65 –8 Overige landen 64 72 –37
2.047 3.259 –37 Winst voor belastingen business units 2.162 3.640 –41
–296 –355 –17 Financieringslasten en Overige –313 –397 –21
 
1.751 2.904 –40 Winst voor belastingen 1.849 3.243 –43
–334 –822 –59 Belastingen –353 –918 –62
48 64 –25 Transamerica Finance Corporation 51 72 –29
1.465 2.146 –32 NETTOWINST 1.547 2.397 –35
6.686 7.000 –4 Brutomarge 7.061 7.817 –10
4.935 4.096 20 Provisies en kosten 5.212 4.574 14
     
CIJFERS PER GEWOON AANDEEL VAN EUR 0,12  
1,02 1,58 –35 Nettowinst1 1,08 1,76 –39
1,02 1,57 –35 Nettowinst na volledige conversie1 1,08 1,75 –38
Op Op Op Op
31 Dec, 31 Dec, 31 Dec, 31 Dec,
2002 2001 2002 2001
   
8,99 10,06 –11 Eigen vermogen2 8,57 11,41 –25
9,54 10,50 –9 Eigen vermogen na volledige conversie2 9,10 11,91 –24
AANTAL MEDEWERKERS 26.659 25.663 4
 
Geplaatste gewone aandelen:  
— Aantal gewone aandelen (miljoenen) 1,445 1,422 3
— Gewogen gemiddeld aantal (miljoenen) 1,402 1,357 3

Gebaseerd op het gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen, gecorrigeerd voor het aantal ingekochte eigen aandelen.
Gebaseerd op het aantal uitstaande gewone aandelen ultimo periode, gecorrigeerd voor het aantal ingekochte eigen aandelen.


FINANCIËLE RELATIES


Het internationale karakter van de activiteiten van AEGON en de geografische spreiding van de aandeelhouders sluiten goed op elkaar aan. AEGON aandelen zijn genoteerd aan de beurzen van Amsterdam, New York, Londen, Frankfurt, Zürich en Tokio en de aandelen zijn opgenomen in veel belangrijke beursindices.

AEGON heeft een actief investor relations programma dat tot doel heeft beleggers overal ter wereld te voorzien van de nodige informatie om de juiste beleggingsbeslissingen te kunnen nemen. Alle inspanningen zijn er daarbij op gericht dat de informatie die wordt gegeven consistent, samenhangend en volledig is en tijdig aan eenieder wordt verstrekt. De informatie die momenteel in de branche wordt verstrekt en de ontwikkelingen die zich daarin voordoen worden nauwkeurig gevolgd, zodat AEGON gelijke tred kan houden met ontwikkelingen in de verschillende markten. Helder communiceren over de complexiteit en de dynamiek van onze bedrijfsactiviteiten en de daarmee verband houdende financiële aspecten is van belang.

Naast periodieke persberichten en rapportages voor aandeelhouders, informatiemateriaal voor beleggers en analisten, financiële interviews en de AEGON Groep website, wordt ons investor relations programma gesteund door 'roadshows' van het management, beleggersdagen, webcasts en teleconferenties. Daarnaast zijn de medewerkers van Investor Relations beschikbaar voor het beantwoorden van vragen en onderhouden zij een open dialoog tussen AEGON en de financiële gemeenschap.


In dit jaarverslag worden een aantal gevoeligheidsanalyses gepresenteerd om inzicht te geven in de geschatte gevoeligheid van winst en eigen vermogen volgens verschillende scenario’s in 2003. Met nadruk moet worden opgemerkt, dat de hier weergegeven resultaten slechts een indicatie vormen, aangezien zij zijn afgeleid uit statische analyses die zijn uitgevoerd zonder rekening te houden met enige correlatie tussen factoren onderling, uitgaande van onveranderde omstandigheden voor alle overige activa en passiva en slechts rekening houdend met een beperkte reactie van het management. Ook kunnen de resultaten van de analyses niet worden geëxtrapoleerd voor grotere schommelingen, aangezien de gevolgen over het algemeen niet-lineair zijn.

VERSLAGLEGGING
AEGON streeft er naar informatie te geven over factoren die een belangrijke rol spelen in onze bedrijfsvoering en die de financiële status, de resultaten en de waarde van de onderneming beïnvloeden. Onze wijze van verslaglegging heeft zich in de loop van vele jaren ontwikkeld, rekening houdend met de eisen en wensen van alle belanghebbenden in onze onderneming, waaronder toezichthouders, aandeelhouders en analisten. In de afgelopen jaren hebben wij aan onze kwartaal- en jaarverslagen substantiële aanvullende informatie toegevoegd om onze financiële resultaten inzichtelijker te maken. Wij hebben meer inzicht gegeven in de methoden die wij toepassen voor risicobeheer en in de wijze waarop wij omgaan met afschrijvingen op overlopende acquisitiekosten en met voorzieningen voor rendementsgaranties. Vanaf de zomer van 2003 zullen wij onze embedded value publiceren. Ook zullen wij dan een gedetailleerde analyse geven van de gevoeligheid van die embedded value voor ontwikkelingen in de diverse bepalende factoren ervan, zoals rendementen op aandelenmarkten, rentestanden, discontovoeten en verloop in onze portefeuilles. Deze aanvullende verslaglegging is erop gericht de financiële wereld een beter inzicht te geven in de waarde van AEGON, nu en in toekomst.

FINANCIËLE RESULTATEN
De nettowinst over 2002 van EUR 1.547 miljoen was 35% lager vergeleken met het voorgaande jaar. De resultaten werden negatief beïnvloed door de versterking van de voorziening voor kredietrisico’s (EUR 817 miljoen), de versnelde afschrijving van overlopende acquisitiekosten (EUR 450 miljoen) en de versterking van voorzieningen voor producten met een gegarandeerde uitkering (EUR 482 miljoen). De vergelijking met de resultaten van het voorgaande jaar werd positief beïnvloed door de winst van de overgenomen direct marketing verzekeringsactiviteiten van J.C. Penney (EUR 94 miljoen). De boekwinst op de verkoop van onze activiteiten in Mexico in 2001 (EUR 343 miljoen) en het wegvallen van de winstbijdrage van deze activiteiten (EUR 81 miljoen) hebben een negatief effect op de vergelijking met het voorgaande jaar. Na correctie voor bovengenoemde punten zou de winst voor belasting in 2002 enigszins hoger zijn in vergelijking met 2001. Het wisselkoerseffect op de nettowinst bedroeg min 2%.

De totale omzet was 2% lager (1% hoger exclusief wisselkoersinvloeden) en de brutomarge was 10% lager (exclusief wisselkoersinvloeden 6% lager). De daling van de brutomarge is hoofdzakelijk het gevolg van lagere inkomsten uit beleggingen, hogere voorzieningen voor kredietrisico’s en hogere voorzieningen voor gegarandeerde uitkeringen. Provisies en kosten waren 14% hoger dan het vorig jaar (19% exclusief wisselkoerseffecten), met inbegrip van de versnelde afschrijving van overlopende acquisitiekosten alsmede de kosten van verworven activiteiten. Exclusief de overgenomen activiteiten en de versnelde afschrijving van overlopende acquisitiekosten, waren de provisies en kosten 3% hoger.

De effectieve belastingdruk in 2002 bedroeg 19% vergeleken met 28% in 2001. De lagere effectieve belastingdruk is hoofdzakelijk het gevolg van een verlaging van de latente belastingverplichting, gunstige aanpassingen na het indienen van de belastingaangifte over 2001 in de Verenigde Staten, lagere belastbare winsten in verhouding tot fiscaal begunstigde beleggingen en vrijgestelde posten in Nederland en de Verenigde Staten, alsmede het benutten van compensabele verliezen in het Verenigd Koninkrijk.

Het resultaat van Transamerica Finance Corporation bedroeg USD 48 miljoen vergeleken met USD 64 miljoen in het voorgaande jaar. Dit weerspiegelt de lagere activa in 2002, alsmede eenmalige belastingvoordelen en beleggingswinsten in de resultaten over 2001.

RESULTATEN PER PRODUCTCATEGORIE

AEGON Amerika

In de resultaten uit traditionele levensverzekeringen, die USD 813 miljoen bedroegen (een toename van 3%), is een toevoeging aan de voorziening voor kredietrisico’s opgenomen van USD 160 miljoen vergeleken met USD 157 miljoen in 2001. In de resultaten uit vaste annuities, die USD 165 miljoen bedroegen (een daling van 49%) is een toevoeging aan de voorziening voor kredietrisico’s opgenomen van USD 401 miljoen vergeleken met USD 229 miljoen in 2001. In de resultaten uit vaste annuities is ook een bedrag voor een netto reductie van de afschrijving van overlopende acquisitiekosten opgenomen van USD 34 miljoen vergeleken met een positieve ‘unlocking’ van USD 20 miljoen in 2001. In de resultaten uit GICs en financieringsovereenkomsten, die USD 257 miljoen bedroegen (een toename van 33%), is een toevoeging aan de voorziening voor kredietrisico’s opgenomen van USD 174 miljoen vergeleken met USD 159 miljoen in 2001. Het resultaat uit levensverzekeringen voor rekening van polishouders bedroeg USD 106 miljoen, een toename van 14%. Die stijging weerspiegelt vooral de lagere kosten. Variabele annuities lieten een verlies zien van USD 437 miljoen vergeleken met een winst van USD 107 miljoen in 2001. Als gevolg van de verslechterende aandelenmarkten en de aanpassing van onze veronderstellingen over de rendementen op aandelen moest een bedrag voor de versnelde afschrijving van overlopende acquisitiekosten van USD 327 miljoen en van CAD 31 miljoen en voor de voorzieningen voor gegarandeerde uitkeringen van USD 199 miljoen en CAD 88 miljoen ten laste van het resultaat worden gebracht. Het resultaat uit vermogensbeheer bedroeg USD 5 miljoen, USD 69 miljoen minder dan in 2001. De resultaten uit 2001 bevatten inkomsten uit de gedesinvesteerde pensioenactiviteiten in Mexico. Het resultaat uit ziektekosten en ongevallen nam met 60% toe tot USD 233 miljoen met name als gevolg van de overgenomen direct marketing verzekeringsactiviteiten van J.C. Penney.

Nederland
Door lagere renteopbrengsten en een hoger polisverval waren de resultaten uit traditionele levensverzekeringen van EUR 552 miljoen 10% lager dan de resultaten over 2001. Resultaten uit levensverzekeringen voor rekening van polishouders waren EUR 49 miljoen, vergeleken met EUR 192 miljoen in het voorafgaande jaar. De daling is hoofdzakelijk het gevolg van de voorzieningen voor gegarandeerde minimumuitkeringen van EUR 209 miljoen. De resultaten uit ziekte- en ongevallenverzekering van EUR 26 miljoen waren EUR 10 miljoen lager dan in 2001 en weerspiegelen hogere claims en lagere inkomsten uit beleggingen. De resultaten uit schadeverzekeringen bedroegen EUR 24 miljoen, een daling van EUR 13 miljoen ten opzichte van het voorgaand jaar door claims als gevolg van de stormen in oktober en door lagere inkomsten uit beleggingen. De resultaten van de bankactiviteiten bedroegen EUR 8 miljoen, een daling van EUR 37 miljoen vergeleken met het resultaat over 2001. De daling is een gevolg van de lagere productie, lagere marges op beleggingen en toevoegingen aan voorzieningen voor kredietrisico’s.

Verenigd Koninkrijk
Resultaten uit levensverzekeringen voor rekening van polishouders waren GBP 75 miljoen lager, voornamelijk als gevolg van lagere beheersvergoedingen en lagere opbrengsten uit beleggingen.

Overige landen
De nettowinst uit de overige landen bedroeg EUR 52 miljoen, een daling van 15% vergeleken met 2001. Het lagere resultaat was hoofdzakelijk het gevolg van de lagere resultaten in Spanje en de nieuw opgezette activiteiten in Azië. Taiwan boekte voor het eerst een bescheiden winst.

Resultaat zakelijke waarden
Een bedrag van EUR 758 miljoen werd als indirect rendement ten gunste gebracht van het resultaat voor belastingen vergeleken met EUR 723 miljoen in 2001. De herwaarderingsreserve per 31 december 2002 was EUR 2.598 miljoen, waarvan EUR 2.056 miljoen gerealiseerde winsten en EUR 542 miljoen ongerealiseerde winsten.

AEGON gaat met ingang van 2005 de International Accounting Standards toepassen en heeft het voornemen de indirecte methode voor de verantwoording van inkomsten uit beleggingen in aandelen en vastgoed niet meer toe te passen na 2003. Met ingang van het eerste kwartaal 2004 zullen deze beleggingswinsten en –verliezen in de resultatenrekening worden verantwoord als deze zijn gerealiseerd. Gebaseerd op het huidige niveau van de aandelenmarkten verwacht AEGON dat er ongeveer EUR 450 miljoen aan indirect rendement ten gunste wordt gebracht van de resultaten in 2003. Het resterende gerealiseerde gedeelte van de herwaarderingsreserve dat niet ten gunste wordt gebracht van het resultaat in 2003 zal ten gunste worden gebracht van de algemene reserve aan het einde van het boekjaar 2003.

DIVIDEND
De Raad van Bestuur stelt over het jaar 2002 een dividend voor van EUR 0,74 (2001: EUR 0,83) per gewoon aandeel. Rekening houdend met het interimdividend van EUR 0,37 per gewoon aandeel betekent dit een slotdividend van EUR 0,37 per gewoon aandeel. Het slotdividend zal geheel in aandelen worden uitgekeerd. Voor iedere 25 aandelen zal één nieuw aandeel worden uitgekeerd. De fractie ter bepaling van het dividend in aandelen is bepaald op basis van de gemiddelde koers van het aandeel AEGON op Euronext Amsterdam tijdens de vijf handelsdagen in de periode van 27 februari 2003 tot en met 5 maart 2003. De notering van aandelen AEGON zal op 23 april 2003 ex-dividend gaan. Het dividend wordt vanaf 13 mei 2003 betaalbaar gesteld.

AEGON stelt voor het slotdividend geheel in aandelen uit te keren uit hoofde van voorzichtigheid en om financiële flexibiliteit te behouden in onzekere politieke en economische tijden. In de afgelopen jaren is ongeveer 45% van AEGON’s dividend in aandelen uitgekeerd. AEGON ziet het belang in van een stabiel en voldoende dividend dat wordt ondersteund door de kasstromen en de kapitaalpositie van de onderneming.

RISICOMANAGEMENT
AEGON heeft te maken met een veelheid aan risico’s. Sommige risico’s houden verband met het internationale karakter van de AEGON Groep, zoals valutarisico’s. Andere risico’s zijn aan verzekeren verbonden, zoals veranderingen in sterfte- en ziektekansen. Het grootste deel van onze risico’s hangt samen met de bewegingen op de financiële markten, bewegingen die van invloed zijn op de waarde van onze beleggingen en voorzieningen (inclusief die voor afschrijvingen op overlopende acquisitiekosten) vanwege onze gevoeligheid voor renterisico’s, kredietrisico’s en koersrisico’s op de aandelenmarkten. Gedurende het gunstige beleggingsklimaat van de jaren negentig ondervonden winst en eigen vermogen van AEGON de voordelen van stijgende aandelenmarkten, beperkte verliezen op beleggingen en relatief stabiele rentestanden. Recente ontwikkelingen hebben echter geleid tot ongunstige condities in de meeste segmenten van de financiële markten, die onze winst en ons eigen vermogen negatief hebben beïnvloed. In 2002 hebben slechte aandelenmarkten en omvangrijke verliezen op obligaties een negatief effect gehad op de nettowinst en het eigen vermogen van AEGON.

De tabel op deze pagina geeft informatie over de ontwikkeling van de aandelenmarkten (volgens enkele belangrijke indices) en van de rendementen op Amerikaans schatkistpapier en Nederlandse staatsobligaties over de periode 1998 tot en met 2002.

AEGON voert voor de belangrijkste risicocategorieën gevoeligheidsanalyses uit om de effecten op winst en eigen vermogen te kunnen vaststellen. Elk jaar worden de scenario’s in deze analyses herzien. De inzichten die deze analyses opleveren worden door het AEGON management gebruikt voor het, indien nodig, nemen van maatregelen.

1998 1999 2000 2001 2002
S&P 500 1.229 1.469 1.320 1.148 880
Nasdaq 2.193 4.069 2.471 1.950 1.336
FTSE 100 5.883 6.930 6.222 5.217 3.940
AEX 538 671 638 507 323
10-jr VS Treasury 4,65 6,43 5,1 5,04 3,82
10-jr Nederlandse staatsobligaties 3,95 5,47 4,99 5,11 4,23


VALUTARISICO
Valutarisico wordt door AEGON bewaakt op basis van een algemeen geaccepteerd valutabeleid. Voor beleggingen berust dit beleid op de principes van asset liability management. Het eigen vermogen van dochterondernemingen wordt aangehouden in de lokale valuta voor zover eigen vermogen is vereist om aan de door regelgeving gestelde of de door AEGON zelf opgelegde vermogenseisen te kunnen voldoen. Valutaschommelingen kunnen daardoor gevolgen hebben voor het geconsolideerde eigen vermogen van AEGON door omrekening in euro’s. Het overige deel van de vermogensbasis van AEGON (risicodragend vermogen en al dan niet achtergestelde leningen) wordt aangehouden in, respectievelijk geruild naar verschillende valuta’s, in verhouding tot de waarde van AEGON’s activiteiten in die valuta, en wel zó, dat de ratio van vreemd vermogen ten opzichte van het totale vermogen niet wezenlijk wordt beïnvloed door valutaschommelingen. AEGON loopt ook valutarisico op het omrekenen van de winsten die door de verschillende landenunits worden gegenereerd. AEGON past geen valuta afdekking toe op deze winststromen, zodat de totale winst ook vanwege dit risico kan fluctueren.

Per 31 december 2002 was het eigen vermogen met EUR 2.190 miljoen afgenomen door valutaresultaten, hetgeen voornamelijk werd veroorzaakt door het effect van de daling van de Amerikaanse dollar op de waarde van onze Amerikaanse activiteiten, uitgedrukt in euro’s. De lagere gemiddelde wisselkoersen van zowel de Amerikaanse dollar als het Engelse pond hadden een gezamenlijk negatief effect van ongeveer 2% op de gerapporteerde winst over 2002.

Gevoeligheidsanalyse van nettowinst en eigen vermogen1 in relatie tot valutamarkten2
Marktbewegingen Effect op nettowinst Effect op eigen vermogen
Stijging USD, GBP en CAD versus EUR van 10% tussen 5,5% en 6,5% tussen –5,5% en –6,5%
Daling USD, GBP en CAD versus EUR van 10% tussen 10,0% en 11,0% tussen –10,0% en –11,0%


Gehanteerde veronderstellingen: geen correlatie tussen markten en risico’s; onveranderde condities voor alle andere activa en passiva; managementbeslissingen zijn beperkt; alle wijzigingen zijn gerelateerd aan nettowinst en eigen vermogen. Het gepresenteerde effect is niet-linear gerelateerd aan valutamerktbewegingen en kan daarom niet zodanig geëxtrapoleerd worden.
Het effect van valutabewegingen is weergegeven als eenmalige verandering van de waarde van de Amerikaanse dollar, het Britse pond en de Canadese dollar omhoog of omlaag per 1 januari. Bewegingen van andere valuta hebben een te verwaarlozen effect op zowel nettowinst als eigen vermogen.


De gevoeligheidsanalyse op de vorige pagina geeft de gevolgen voor de nettowinst en het eigen vermogen aan van bewegingen in de koersen van de voor AEGON belangrijkste valuta ten opzichte van de euro. De tabel laat zien dat een daling van 10% van de Amerikaanse dollar, de Canadese dollar en het Engelse pond zou leiden tot een afname van de nettowinst met ongeveer 6% en tot een afname van het eigen vermogen met ongeveer 10,5%. Daarentegen zou een stijging met 10% van deze wisselkoersen een positieve invloed hebben van ongeveer dezelfde omvang.

ASSET LIABILITY MANAGEMENT
De basis voor AEGON’s risicomanagement ligt bij de asset liability management (ALM) processen en procedures zoals die in de landenunits worden gehanteerd. In al onze landenunits en voor de AEGON Groep als geheel zijn robuuste ALM modellen geïmplementeerd, die het risicomanagement proces van zowel de landenunits als van de AEGON Groep als geheel aansturen.

In de afgelopen jaren hebben wij het proces voor ons wereldwijde risicomanagement verbeterd. Kapitaalmanagement is een centrale functie in de AEGON Groep. Het kapitaalmanagement zoals dat door de AEGON Groep wordt uitgevoerd en het risicomanagement van de landenunits zijn nauwgezet op elkaar afgestemd. In de loop van 2003 zal de risicomanagement functie op AEGON Groep niveau verder worden uitgebreid met als doel risicomanagement en kapitaalmanagement groepsbreed verder te optimaliseren.

RISICO’S OMTRENT VERPLICHTINGEN

Technische voorzieningen

De basis voor de berekening van verzekeringstechnische voorzieningen zijn de actuariële veronderstellingen en hun gevoeligheid, waarbij algemeen aanvaarde grondslagen voor de bepaling van technische voorzieningen worden gehanteerd. Als onderdeel van de dagelijkse bedrijfsvoering hanteert AEGON veronderstellingen, zoals met betrekking tot premies, sterftekansen, ziektekansen, beleggingsopbrengsten, opzeggingen, afkopen en kosten. Deze veronderstellingen zijn gebaseerd op schattingen van toekomstige ontwikkelingen op het moment dat de polis wordt gesloten, waarbij in sommige gevallen een marge wordt aangehouden voor de kans op afwijkingen ten opzichte van deze veronderstellingen. De veronderstellingen worden regelmatig beoordeeld, vergeleken en waar nodig, afhankelijk van het soort product, herzien.

De AEGON Groep heeft in zijn productassortiment te maken met sterfte- en langlevenrisico. In de Verenigde Staten gaat het om sterfterisico in de levensverzekeringsportefeuille, terwijl AEGON Nederland te maken heeft met langlevenrisico als gevolg van de pensioenverzekeringsportefeuille met gegarandeerde uitkeringen. De AEGON Groep heeft een evenwichtige portefeuille in termen van sterfte- en langlevenrisico. Daarom achten wij veranderingen in sterftekansen en levensverwachtingen op dit moment geen punt van zorg, vanuit het oogpunt van het berekenen van de voorzieningen en de samenstelling van onze portefeuilles.

Wij gebruiken veronderstellingen op het gebied van toekomstige beleggingsopbrengsten voor de premiestelling en voor het bepalen van de winstgevendheid van zowel veel producten voor algemene rekening als van die voor risico van polishouders. Rendementsprojecties worden gebaseerd op beste schattingen door het management. AEGON bepaalt periodiek de invloed van fluctuaties in toekomstige beleggingsrendementen op premiestelling en winstgevendheid. Voor producten waarbij AEGON aan zijn klanten expliciete rendementsgaranties afgeeft, zijn de kosten van deze garanties in de premiestelling verwerkt.

Productgaranties
De technische voorziening levensverzekeringen omvat ook voorzieningen voor gegarandeerde minimum rendementen voor producten waarvoor de normale technische voorzieningen zijn opgenomen in de technische voorzieningen betreffende beleggingen voor rekening van polishouders. De belangrijkste producten zijn:

gegarandeerde minimumuitkeringen bij variabele producten in de Verenigde Staten;
gegarandeerde minimum waarde-aangroei bij gesepareerde fondsen in Canada;
gegarandeerd rendement op bepaalde unit-linked polissen in Nederland.

De meeste voorzieningen worden berekend met behulp van stochastische modellen.

OVERLOPENDE ACQUISITIEKOSTEN
Een deel van de acquisitiekosten wordt door AEGON geactiveerd en vervolgens afgeschreven. Acquisitiekosten zijn kosten, die verband houden met de verkoop van levensverzekeringscontracten.
Deze kosten worden gedeeltelijk geactiveerd tot het niveau waarop zij, afhankelijk van het soort product, uit premieopslagen of uit verwachte bruto resultaten kunnen worden terugverdiend. Overlopende acquisitiekosten worden in mindering gebracht op de technische voorzieningen voor levensverzekeringen.

Overlopende acquisitiekosten van verzekeringscontracten met vaste premies worden afgeschreven door middel van een percentage van de premies gedurende de looptijd van de contracten. De veronderstellingen die hierop van toepassing zijn worden op het moment van sluiten van de polis vastgelegd. Wanneer uit onderzoek blijkt dat de kosten niet meer volledig kunnen worden terugverdiend dan wordt het tekort in het jaar van vaststelling als last geboekt. Voor verzekeringen met variabele premies en voor beleggingsproducten, variabele annuities, unit-linked producten en vaste annuities worden de overlopende acquisitiekosten afgeschreven als percentage van de bruto resultaten. Voor producten die in Amerika worden gevoerd, worden de toegepaste veronderstellingen periodiek herzien en wordt het afschrijvingspatroon gedurende de looptijd aangepast naar gelang de brutowinsten gerealiseerd worden. In Nederland en het Verenigd Koninkrijk wordt voor producten met flexibele premies het afschrijvingsschema, dat op het moment van sluiten van de polis wordt vastgesteld, gevolgd. Vervolgens wordt periodiek op terugverdienbaarheid getest.

Voor producten met beleggingen voor rekening van polishouders in Amerika, zoals variabele annuities, variabele universal levenproducten en gesepareerde fondsen in Canada, worden de verwachtingen van brutowinsten berekend op basis van veronderstellingen met betrekking tot onder meer sterfte, polisverval, kosten en beleggingsopbrengsten. Omdat schommelingen op de aandelenmarkten een substantiële invloed hebben op de waarde van de variabele annuities en op de beheersvergoedingen op deze producten, kunnen verwachte toekomstige winsten stijgen of dalen met de bewegingen op de aandelenmarkten. AEGON USA hanteert voor de lange termijn momenteel een rendement van 9,0% op aandelen, van 6,0% op vastrentende waarden en van 3,5% voor de geldmarkt. Aangezien aandelenmarkten asystematisch bewegen past AEGON veronderstellingen toe die rekening houden met kortetermijn schommelingen op de aandelenmarkten. Dit heeft ertoe geleid, dat AEGON USA voor de komende vijf jaar een aanname voor de groeivoet op de aandelenmarkten hanteert van 12%, welke daarna wordt teruggebracht naar 9%. Alle genoemde opbrengsten zijn bruto-opbrengsten en dus opbrengsten voordat enige kosten voor beheer van beleggingen, verzekeringsbeheer en andere kosten in mindering zijn gebracht. Dergelijke kosten dienen te worden afgetrokken van de verwachte beleggingsopbrengsten bij het projecteren van de waarden voor polishouders. Voor variabele annuities wordt gerekend met in totaal ongeveer 1 à 2,5% voor genoemde kosten.

Jaarlijks test AEGON de terugverdienbaarheid van overlopende acquisitiekosten uit geprojecteerde toekomstige winsten en premieopslagen uit de lopende portefeuille. Wij wijzen erop dat het testen van overlopende acquisitiekosten zich alleen richt op terugverdienbaarheid voor alle polissen in Nederland en het Verenigd Koninkrijk en op polissen met vaste premiebetaling in de Verenigde Staten en Canada. Polissen met flexibele premie en polissen met een beleggingselement in de Verenigde Staten en Canada worden ook getest op terugverdienbaarheid, maar daarnaast eveneens op de vraag of het afschrijvingsschema over de looptijd van het contract nog adequaat is. Voor producten in Nederland en het Verenigd Koninkrijk en ‘overige landen’, alsmede voor producten met vaste premiebetaling in de Verenigde Staten en Canada is van extra afschrijving alleen sprake als geconcludeerd wordt dat de overlopende acquisitiekosten niet meer terugverdiend kunnen worden. Voor verzekeringen met flexibele premies en voor polissen met een beleggingselement in de Verenigde Staten en Canada vindt extra afschrijving plaats als de veronderstellingen voor de lange termijn worden gewijzigd en daarmede de verwachte toekomstige winststromen. Voor deze categorie producten kan nog in ruime mate sprake zijn van terugverdienbaarheid op het moment dat de extra afschrijving plaatsvindt.

Hieronder is een tabel opgenomen waaruit een zekere gevoeligheid van de nettowinst blijkt voor veranderingen in de veronderstelde langetermijn rendementen.

EENMALIG EFFECT VAN VERANDERINGEN IN LANGETERMIJN VERONDERSTELLINGEN
circa USD 
Effect op de nettowinst van het verlagen van de langetermijn aandelenrendementen met 1% –110 miljoen 
Effect op de nettowinst van het schrappen van hogere aandelen rendementen voor de korte termijn –230 miljoen 
Effect op de winst van het verlagen van het lange-termijn rendement op vastrentende waarden met 1% –30 miljoen 


In de overlopende acquisitiekosten is een substantieel bedrag opgenomen voor meegekochte winsten in de portefeuille in verband met overnames. Het karakter van dit bedrag komt overeen met de overlopende acquisitiekosten en wordt aan dezelfde testen met betrekking tot toekomstige winstgevendheid onderworpen, terwijl ook aan de afschrijvingen erop dezelfde eisen worden gesteld. Ultimo 2002 ging het om een bedrag van EUR 5,3 miljard ten opzichte van EUR 7,2 miljard ultimo 2001.

PORTEFEUILLESAMENSTELLING EN BELEGGINGSRISICO’S
AEGON’s landenunits zijn verantwoordelijk voor het beheer van hun eigen beleggingsportefeuilles. De ALM richtlijnen die door de landenunits worden gehanteerd bepalen het risico dat door de betreffende landenunit gelopen mag worden in termen van veranderingen in rentevoeten, kredietkwaliteit, op aandelenmarkten en in wisselkoersen. Dit wordt ook op AEGON Groep niveau nauwlettend gevolgd. Zoals al eerder vermeld, zullen wij gedurende 2003 het proces van integratie van ALM risicomanagement en kapitaalmanagement voortzetten.

Samenstelling van de beleggingsportefeuille
De beleggingsportefeuille voor algemene rekening nam gedurende het jaar 2002 met 5,8% af tot EUR 123,1 miljard en vertegenwoordigt 44,4% van het totaal vermogen onder beheer. Op dit deel van de beleggingsportefeuille loopt AEGON beleggingsrisico en wordt een marge verdiend. De beleggingsportefeuilles voor algemene rekening in de Verenigde Staten en Nederland zijn samen goed voor 97% van de totale beleggingen voor algemene rekening per 31 december 2002. De daling in de loop van 2002 werd voornamelijk veroorzaakt door wisselkoersverschillen. In lokale valuta uitgedrukt groeide de portefeuille voor algemene rekening van AEGON Amerika met 12,5% tot USD 109 miljard, voor het grootste deel als gevolg van omvangrijke nieuwe productie van traditionele levenproducten en vaste annuities. In Nederland daalde de waarde van de portefeuille met 11,1%, voornamelijk als gevolg van de waardedaling van de beleggingen in aandelen met 17,4%. In 2002 voerde AEGON voorts een herschikking in de portefeuille door, van aandelen naar vastrentende waarden, waarbij de kredietkwaliteit van de vastrentende portefeuille licht verbeterde, ondanks de voortgaande verslechtering van de markt voor bedrijfsobligaties in de loop van het jaar. Dit werd bereikt door te herbeleggen in fondsen met een licht hogere gemiddelde kredietkwaliteit.

Beleggingen voor rekening van polishouders (34,2% van het totaal beheerd vermogen) namen in 2002 met 16,4% af tot EUR 94,7 miljard als gevolg van valutakoersontwikkelingen en lagere aandelenmarkten. Omvangrijke nieuwe productie in Amerika van variabele annuities van USD 9,9 miljard beperkte voor een deel het gevolg van dalende aandelenmarkten. Bij deze beleggingen is het beleggingsrisico in het algemeen voor rekening van polishouders, bij een aantal producten voorziet AEGON in minimum rendementsgaranties en AEGON genereert hiermee voornamelijk beheersvergoedingen. De verschuiving in deze categorie naar vastrentende waarden, die zich de laatste twee jaar al aftekende, heeft zich in 2002 voortgezet, waardoor beleggingen in vastrentende waarden (49%) bijna op hetzelfde niveau kwamen als beleggingen in aandelen (51%). De beleggingsportefeuille van de bankactiviteiten nam in 2002 toe met 1,7% tot EUR 7,2 miljard.

Niet in de balans opgenomen beleggingen (voor derden beheerde vermogens, beleggingsfondsen en synthetische GICs), waarop AEGON ook inkomsten genereert in de vorm van beheersvergoedingen, vertegenwoordigden 18,8% van het totale beheerd vermogen en namen in 2002 licht af tot EUR 52 miljard. De daling in deze categorie beleggingen was met name het gevolg van de lagere omrekenkoers van de Amerikaanse dollar, hetgeen niet door de groei van nieuwe productie in vermogensbeheer voor derden en in synthetische GICs kon worden gecompenseerd.

RENTERISICO
De vastrentende beleggingsportefeuilles voor algemene rekening van AEGON Amerika en AEGON Nederland vormden 97,3% van de totale vastrentende beleggingsportefeuille voor algemene rekening van de AEGON Groep per 31 december 2002. AEGON USA en AEGON Nederland zijn de enige landenunits die hun duration-mismatch actief managen. Momenteel streven de andere landenunits ernaar de looptijd van hun beleggingen ongeveer gelijk te houden aan de looptijd van hun verplichtingen. In beginsel betekent looptijd in dit verband de gewogen gemiddelde duur van alle kasstromen ten opzichte van een belegging of een verplichting.

In de Verenigde Staten ligt de gemiddelde looptijd van beleggingen rond de 3,8 jaar. Deze, in verhouding tot het langetermijn karakter van de levensverzekeringsactiviteiten, relatief korte looptijd wordt veroorzaakt door het ALM proces dat in de Verenigde Staten voor de institutionele producten (GICs en financieringsovereenkomsten) wordt toepast. Zowel beleggingen als verplichtingen voor deze categorie worden gemanaged op basis van kortlopende rentevoeten, waarbij gebruik gemaakt wordt van renteswaps. Het gevolg hiervan is dat deze beleggingen en verplichtingen, die iets meer dan een kwart vormen van alle beleggingen en verplichtingen voor algemene rekening van AEGON USA, een gemiddelde effectieve looptijd hebben van minder dan één jaar. De maximaal toegestane duration-mismatch van beleggingen ten opzichte van verplichtingen van AEGON USA is plus of min één jaar.

In Nederland ligt de gemiddelde looptijd van beleggingen en verplichtingen op ongeveer 5,4 jaar met een maximaal toegestane duration-mismatch van beleggingen ten opzichte van verplichtingen van plus of min twee jaar. De gezamenlijke op basis van marktwaarde gewogen duration-mismatch van AEGON USA en AEGON Nederland lag op 31 december 2002 op ongeveer 0,2 jaar.

AEGON heeft zowel rentegevoelige als rente-ongevoelige activiteiten. Een gelijktijdige wereldwijde rentedaling met 1% ten opzichte van de huidige niveaus zou een positief effect op AEGON’s nettoresultaat hebben van ongeveer EUR 25 miljoen. Omgekeerd zou een wereldwijde stijging van de rente met 1% een negatieve invloed op de nettowinst hebben van ongeveer EUR 110 miljoen. Het asymmetrische effect van een directe wijziging in de rentestanden naar boven of naar beneden met 1% hangt met name samen met de samenstelling van het risico van AEGON USA. Een plotselinge stijging met 1% heeft een negatief effect op de winst vanwege een plotselinge stijging in de afkopen van vaste annuities. Een plotselinge daling met 1% heeft een positief effect als gevolg van lagere afkopen, hetgeen voor een deel weer tenietgedaan wordt door de versmalling van de rentemarges. Een geleidelijke stijging van rentestanden zou een aanzienlijk minder heftig effect hebben op de winst.

Kredietwaardigheid Maximale positie
per tegenpartij
(in USD miljoen)
% van activa oor algemene rekening
AAA or AA 620  0,57% 
A 465  0,43% 
BBB 310  0,28% 
BB 155  0,14% 
B 93  0,09% 
CCC 31  0,03% 


In de loop van 2002 zijn de rentestanden substantieel gedaald, waardoor de marges op nieuw geld in onze traditionele levensverzekeringen verkrapten en waardoor de initiële verwachte rendementen voor vaste annuities uitkwamen op het lage niveau van 2,7%. Als reactie hierop hebben wij ons productassortiment opnieuw bij de toezichthoudende instanties in de verschillende Staten aangemeld, teneinde het ons mogelijk te maken het minimaal gegarandeerde rendement te verlagen naar 2% (waarbij voor 90% van de oorspronkelijke premie minstens 3% gegarandeerd moet worden volgens de huidige Amerikaanse regels). Veel Amerikaanse Staten hebben voor nieuwe omzet deze wijziging van minimaal gegarandeerde rendementen naar lagere niveaus, die beter overeenkomen met onze winstgevendheiddoelstellingen, goedgekeurd. Tegelijkertijd hebben wij in de verzekeringsbranche het initiatief genomen om de garantieniveaus in de Verenigde Staten te koppelen aan actuele rentestanden. Wij zijn hier nog mee bezig.

VS bedrijfsobligaties per sector

Sector Ultimo 
2002 
Ultimo 
2001 
Financiële instellingen 29  33 
Industrie
•  Kapitaalgoederen
•  Communicatie 10  12 
•  Consumentengoederen,
   cyclisch
•  Consumentengoederen,
   niet-cyclisch
14 
•  Energie
•  Technologie
•  Transport
Buitenland
Nutsvoorzieningen 11  15 
Totaal 100  100 


Gevoeligheidsanalyse van nettowinst in relatie tot rentetarieven1,2
Marktbewegingen Effect op nettowinst
Parallelle bewegingen omhoog van de rentecurve van 100 basispunten ongeveer EUR – 110 miljoen
Parallelle bewegingen omlaag van de rentecurve van 100 basispunten ongeveer EUR 25 miljoen

Gehanteerde veronderstellingen: geen correlatie tussen markten en risico’s; onveranderde condities voor alle andere activa en passiva; managementbeslissingen zijn beperkt; alle wijzigingen zijn gerelateerd aan nettowinst en eigen vermogen. Het gepresenteerde effect is niet-linear gerelateerd aan valutamerktbewegingen en kan daarom niet zodanig geëxtrapoleerd worden.
Het effect van rentebewegingen is weergegeven als het effect van eenmalige, parallelle veranderingen in de termijstructuur omhoog of omlaag van alle relevante rentecurves per 1 januari.


KREDIETRISICO
AEGON loopt kredietrisico op zijn beleggingen in vastrentende waarden, die onder meer bestaan uit obligaties, hypothecaire leningen, over-the-counter (OTC) derivaten en herverzekeringscontracten. Landenunits hanteren specifieke richtlijnen voor het vaststellen van een aanvaardbaar niveau van kredietrisico en treffen voorzieningen voor verliezen op beleggingen. AEGON volgt de geaggregeerde posities bij derden op groepsniveau op de voet. Daartoe worden de kredietposities van alle landenunits samengevoegd om het totale kredietrisico te kunnen vaststellen.

Het grootste deel van het kredietrisico in de AEGON Groep wordt gelopen door AEGON USA. Om zijn kredietrisico te kunnen managen, hanteert AEGON USA kredietlimieten die afhankelijk zijn van de eigen beoordeling van de kredietwaardigheid van de tegenpartij, waarbij ook rekening wordt gehouden met transacties in derivaten. De positielimieten zijn opgenomen in de tabel op deze pagina.

Enkele positie-afnames per 31 december 2002

Verlagingen
sinds
in USD
miljoen
Gemiddelde
verkoop
prijs*
Luchtvaart –241  84,5 
Auto –352  96,2 
Communicatie –1.124  86,3 
Nutsvoorzieningen –1.002  88,7 
Overige –928  97,5 
Totaal –3.647   
*per USD 100 nominale waarde


AEGON USA kent interne ratings toe voor de kredietwaardigheid van derden, zowel gebaseerd op door rating agencies gepubliceerde ratings als op eigen analyse. In het algemeen zijn de interne ratings conform de ratings die door de rating agencies worden toegekend. Als een positie als gevolg van een ratingverlaging de vastgestelde grenzen overschrijdt moet de positie worden aangepast tot de limiet van de voor die kredietpositie geldende nieuwe ratingcategorie binnen een vastgestelde periode, die varieert naar gelang de rating van de betreffende belegging. In alle gevallen geldt dat er alleen uitzonderingen kunnen worden gemaakt na expliciete goedkeuring vooraf door AEGON’s hoger management. Nagenoeg alle beleggingen voor algemene rekening met een rating van BB of lager worden gedaan door AEGON USA.

Bij het verslechteren van de markt heeft AEGON USA zijn kredietrisicomodellen uitgebreid, zodat die modellen beter aansluiten bij vigerende marktomstandigheden. De modellen houden nu rekening met de toegenomen volatiliteit in de markt en met een grotere reeks uitkomsten voordat beleggingsbeslissingen worden genomen.

Onder bepaalde omstandigheden maakt AEGON gebruik van kredietderivaten, met name in die gevallen waarin synthetische bedrijfsobligaties worden gecreëerd. De totale hoofdsom van deze derivaten is in verhouding tot de totale vastrentende portefeuille gering en bedroeg voor de AEGON Groep als geheel rond de EUR 500 miljoen per 31 december 2002.

In 2002 herbelegde AEGON USA in een gemiddeld enigszins hogere kredietkwaliteit, waardoor de gemiddelde kredietkwaliteit van de hele portefeuille toenam. Ook werden in bepaalde sectoren de kredietposities beperkt, kredietrisico in de niet-cyclische consumentensectoren en de energiesector werd vergroot. Zie voor meer details over onze positieverlagingen de tabel bovenaan deze pagina, waarin ook staat aangegeven tegen welke prijzen wij de betreffende beleggingen hebben verkocht.

De vastrentende portefeuille van AEGON Nederland is gemiddeld van zeer hoge kwaliteit. Meer dan 80% is belegd in fondsen met AAA/AA rating. Van het resterende deel van deze portefeuille, exclusief hypothecaire leningen, heeft ongeveer 5% een BBB-rating en heeft minder dan 1% een rating van BB of heeft geen rating. In het deel van de vastrentende portefeuille van AEGON Nederland dat bestaat uit hypothecaire leningen op woonhuizen is de feitelijke oninbaarheid heel laag, overeenkomend met een jaarlijks effect van slechts 0,02% op het rendement van de gehele vastrentende portefeuille. Als onderdeel van de normale bedrijfsvoering houdt AEGON voorzieningen voor kredietrisico’s aan. AEGON USA heeft in de loop van het jaar 2002 USD 774 miljoen aan zijn voorziening voor kredietrisico toegevoegd, terwijl voor USD 791 miljoen aan de voorziening werd onttrokken, hetgeen resulteerde in een saldo ultimo 2002 van USD 281 miljoen.

DERIVATEN
AEGON gebruikt financiële derivaten, zoals renteswaps, opties, kredietderivaten, futures en valutacontracten, voor het managen van zijn posities in verband met beleggingen en opgenomen leningen. AEGON gebruikt derivaten niet voor speculatieve doeleinden.

Het ligt in het voornemen AEGON Derivatives N.V., een 100% dochteronderneming van AEGON, te laten fungeren als tegenpartij voor alle OTC-derivaten die door de units van de AEGON Groep worden afgesloten, gegarandeerd door AEGON N.V. Daardoor is centraal toezicht mogelijk en kunnen posities in derivaten tegen elkaar afgezet worden. AEGON Derivatives N.V. zal ook het beheer van de zekerheidsstellingen voor derivatentransacties (collateral) op zich nemen.

Gedurende 2002 is AEGON Derivatives N.V. bij sommige transacties al opgetreden als tegenpartij. In 2003 zal het merendeel van de uitstaande OTC-derivatentransacties worden overgedragen aan AEGON Derivatives N.V. en zullen wij zekerheidsstellingen gaan afsluiten met de betreffende derde partijen. Het derivatenbeleid van AEGON geeft aan dat AEGON units alleen middellange en langetermijn OTC-derivaten zonder zekerheden kunnen afsluiten als de rating van de tegenpartij tenminste AA is. AEGON Derivatives N.V. zal zekerheden gebruiken om haar kredietrisico ten opzichte van derde partijen te beperken. Daardoor worden transacties met partijen die een A-rating hebben eventueel mogelijk gemaakt.

De positie van AEGON en de mate waarin AEGON gebruik maakt van de verschillende derivatencontracten worden met meer cijfermatige details nader toegelicht op pagina 72 en 73.

Gevoeligheidsanalyse van nettowinst en eigen vermogen in relatie tot aandelen- en vastgoedmarkten1,2
Marktbewegingen Effect op nettowinst Effect op eigen vermogen
Stijging van aandelen- en vastgoedmarkten van 10% ongeveer EUR 180 miljoen ongeveer EUR 715 miljoen
Daling van aandelen- en vastgoedmarkten van 10% ongeveer EUR –miljoen ongeveer EUR –750 miljoen

Gehanteerde veronderstellingen: geen correlatie tussen markten en risico’s; onveranderde condities voor alle andere activa en passiva; managementbeslissingen zijn beperkt; alle wijzigingen zijn gerelateerd aan nettowinst en eigen vermogen. Het gepresenteerde effect is niet-linear gerelateerd aan valutamerktbewegingen en kan daarom niet zodanig geëxtrapoleerd worden.
Het effect van bewegingen in aandelen- en vastgoedmarkten is weergegeven als eenmalige stijging of daling van de waarde van wereldwijde aandelen- en vastgoedmarkten per 1 januari.


RISICO VAN BELEGGINGEN IN AANDELEN
De aandelenportefeuilles voor algemene rekening van AEGON Amerika en AEGON Nederland nemen 96,3% van de totale aandelenportefeuille voor algemene rekening van de AEGON Groep van in totaal EUR 6.325 miljoen per 31 december 2002 voor hun rekening. Van alle landenunits belegt AEGON Nederland het meest in aandelen, zowel in absolute bedragen als in procenten van de totale beleggingen voor algemene rekening. De aandelenportefeuille van AEGON Nederland is goed gediversifieerd en bestaat uit wereldwijd gespreide aandelen en zogeheten 5%-belangen in Nederlandse ondernemingen, waaronder begrepen niet-aflosbare preferente aandelen. Converteerbare obligaties en specifieke participaties worden ook onder beleggingen in aandelen begrepen, waarbij beleggingen in gewone aandelen 15% van de portefeuille uitmaken.

Het eigen vermogen van AEGON wordt direct beïnvloed door bewegingen op de aandelenmarkten. Vanaf 2004 zal AEGON zijn waarderingsgrondslagen wijzigen en gerealiseerde winsten en verliezen op aandelen en onroerend goed in de winst- en verliesrekening verantwoorden, hetgeen kan leiden tot een grotere gevoeligheid van de winst voor bewegingen op de aandelenmarkten. Bovendien worden beleggingen voor rekening van polishouders op dit moment voor 51% in aandelen aangehouden, waardoor de nettowinst ook beïnvloed wordt door de hoogte van beheersvergoedingen op deze beleggingen evenals door de afschrijving op overlopende acquisitiekosten en mutaties in de voorzieningen voor garanties in de producten. De gevoeligheidsanalyse op de vorige pagina laat zien dat bij een daling van 10% op zowel de aandelen- als de vastgoedmarkten de nettowinst ongeveer EUR 280 miljoen lager zal zijn en het eigen vermogen ongeveer EUR 750 miljoen lager zal uitkomen. Daarentegen zou een stijging van 10% op deze markten een positieve invloed hebben op de nettowinst van ongeveer EUR 180 miljoen en op het eigen vermogen van ongeveer EUR 715 miljoen.

Het effect op eigen vermogen en winst voor wijzigingen op de aandelen- en vastgoedmarkten is het gevolg van veranderingen in de marktwaarde van onze portefeuilles, in indirecte opbrengsten, veranderingen in de afschrijving op overlopende acquisitiekosten, in bijdragen voor de pensioencontracten voor onze medewerkers en – waar nodig - in de versterking van de voorzieningen voor garanties in producten. De belangrijkste reden voor het verschil in effect van een directe wijziging omhoog of omlaag van 10% is dat een wijziging omlaag tot extra afschrijvingen op overlopende acquisitiekosten leidt en tot extra toevoegingen aan de voorzieningen voor garanties op producten en een stijging van 10% heeft dat effect niet. AEGON ondervindt geen directe invloed van bewegingen op wereldgoederenmarkten.

Ratings Standard & Poor’s Moody’s
Kredietwaardigheid
Commercial paper
A-1+* P-1*
Langlopende leningen AA-* A2*
Achtergestelde leningen A+* A3*
Financiële kracht
AEGON Nederland
AA+*  
AEGON USA AA+* Aa3
Scottish Equitable AA+* A1
* Negatieve vooruitzichten


Vermogensbasis 2002
EUR miljoen
% 2001
EUR miljoen
%
Eigen vermogen 14.231 70,9 15.923 70,2
Risicodragend waardepapier 2.008 10,0 2.101 9,3
Achtergestelde leningen 616 3,1 670 3,0
Langlopende leningen gerelateerd aan verzekeringsactiviteiten 3.203 16,0 3.982 17,5
Totaal vermogensbasis 20.058 100,0 22.676 100,0


KAPITAALMANAGEMENT
Gedurende het jaar 2002 is de vermogenspositie van AEGON enigszins verbeterd. Het eigen vermogen bedroeg per 31 december 2002 EUR 14.231 miljoen tegenover EUR 15.923 miljoen op 31 december 2001. De daling met EUR 1.692 miljoen werd met name veroorzaakt door negatieve valutakoersverschillen van EUR 2.190 miljoen, niet-gerealiseerde verliezen op beleggingen van EUR 1.560 miljoen, een nettowinst van EUR 1.517 miljoen na preferent dividend en een kapitaalstorting van EUR 2.064 miljoen op preferente aandelen door Vereniging AEGON, onze grootste aandeelhouder, als onderdeel van de vermogensherstructurering die in september 2002 plaatsvond. Als gevolg hiervan steeg het eigen vermogen in procenten van de vermogensbasis van 70% per 31 december 2001 naar 71% per 31 december 2002.

In september 2002 realiseerde AEGON een vermogensherstructurering, die niet tot verwatering voor bestaande aandeelhouders leidde, waarbij Vereniging AEGON 350 miljoen gewone aandelen AEGON verkocht. Daarvan werden door Vereniging AEGON 143,6 miljoen gewone aandelen via herplaatsing verkocht buiten de Verenigde Staten en 206,4 miljoen gewone aandelen werden door AEGON N.V. van Vereniging AEGON gekocht. Vervolgens verkocht AEGON N.V. deze aandelen op de vrije markt. De aankoopprijs voor de 206,4 miljoen gewone aandelen, die door Vereniging AEGON aan AEGON N.V. werden verkocht, bedroeg EUR 2.064 miljoen, welk bedrag door Vereniging AEGON werd gestort als aanvullend gestort kapitaal op bestaande preferente aandelen AEGON, die alle in het bezit van Vereniging AEGON zijn. Op deze manier kon AEGON het eigen vermogen versterken zonder dat sprake was van verwatering voor bestaande aandeelhouders en de transactie vergrootte de vrije verhandelbaarheid van de gewone aandelen AEGON aanzienlijk. Dit heeft een positief effect gehad op de wegingsfactoren van AEGON in de aandelenindeces.

AEGON deed in 2002 slechts eenmaal een beroep op de kapitaalmarkt door de plaatsing van ongeveer EUR 600 miljoen in enkele kleine plaatsingen onder zijn USD 6 miljard Medium Term Note programma, alle via onderhandse plaatsingen. De behoefte aan kapitaal was met name van operationele aard en bestond voor het grootste deel uit de herfinanciering van aflopende leningen betreffende de activiteiten van Transamerica Finance Corporation (TFC).

Via zijn Medium Term Note programma en de bestaande shelf in de Verenigde Staten blijft AEGON toegang houden tot de kapitaalmarkten, terwijl zijn EUR 2 miljard Commercial Paper programma, indien nodig, de toegang tot de internationale en nationale geldmarkten vergemakkelijkt.

AEGON beschikt ook over back-up kredietfaciliteiten. Voor ruim EUR 4,3 miljard (USD 4,5 miljard) zijn er bij gerenommeerde banken met uitstekende kredietratings gecommitteerde kredietfaciliteiten. Daarnaast beschikt AEGON over aanzienlijke kredietlijnen, terwijl TFC back-up faciliteiten voor zijn eigen Commercial Paper Program zeker gesteld heeft tot een bedrag van EUR 3,1 miljard (USD 3,25 miljard).

Standard and Poor’s heeft in 2002 de rating van AEGON gehandhaafd op AA-niveau met negatieve vooruitzichten. Moody’s Investor Service heeft de langetermijn kredietrating van AEGON verlaagd. De langetermijn schulden van AEGON worden door Moody’s nu beoordeeld met een A2-rating, terwijl de belangrijke rating voor financiële kracht van de bedrijven van AEGON USA onveranderd op Aa3 staat met stabiele vooruitzichten.

AEGON voert een strategie, die is gericht op het handhaven van continue financiële kracht. Dit zien wij terug in de positieve ontwikkeling van de vermogensbasis van AEGON, waarin de verhouding eigen vermogen tot vreemd vermogen ruim binnen onze tolerantiegrenzen blijft. Per 31 december 2002 bedraagt het eigen vermogen 71% van de vermogensbasis, terwijl niet-achtergestelde leningen en aflosbare achtergestelde leningen ter ondersteuning van de verzekeringsactiviteiten 19% van onze vermogensbasis vormen. De resterende 10% bestaat uit risicodragend waardepapier, voornamelijk perpetuele achtergestelde leningen.

De solvabiliteit van onze landenunits blijft sterk. Wij hanteren een hogere standaard voor onze solvabiliteit dan door toezichthouders wordt vereist en per 31 december 2002 was AEGON’s solvabiliteit meer dan twee keer de minimumeis die de Europese Unie stelt. Volgens de eisen van de National Association of Insurance Commissioners in de Verenigde Staten bedroeg de solvabiliteit meer dan 350% van het minimum vereiste. Wij gebruiken ook andere indicatoren om de vermogenspositie te toetsen, waaronder vermogenspositiemodellen die door rating agencies zijn ontwikkeld.

Den Haag, 5 maart 2003
De Raad van Bestuur
Disclaimer en copyright | Jaarverslag sitemap | Terug naar jaarverslag homepage | Reageren