 |
INFORMATIE OP AMERIKAANSE WAARDERINGSGRONDSLAGEN
De geconsolideerde jaarrekening van AEGON N.V. is opgesteld overeenkomstig de Nederlandse waarderingsgrondslagen welke op een aantal punten afwijken van de Amerikaanse waarderingsgrondslagen (US GAAP). Het navolgende beknopte overzicht geeft de effecten weer op het eigen vermogen en de nettowinst bij toepassing van US GAAP. Deze informatie is uitgewerkt in het bij de Securities and Exchange Commission als Form 20-F te deponeren verslag. Zoals gebruikelijk is dit document op aanvraag kosteloos verkrijgbaar en kan ook worden opgehaald uit de EDGAR database van de SEC op www.sec.gov en via www.aegon.com
 |
 |
 |
 |
 |
 |
| In miljoenen euro’s |
2003 |
Eigen vermogen 31 december 2002 |
2003 |
20021 |
Nettowinst 20011 |
| Bedragen volgens de jaarrekening op Nederlandse grondslagen |
14.132 |
14.231 |
1.793 |
1.547 |
2.397 |
Aanpassingen voor: Onroerende goederen |
-817 |
-804 |
-33 |
-48 |
-61 |
| Obligaties en leningen o/s — waardering |
3.824 |
3.411 |
|
|
|
 |
— gerealiseerde winsten en verliezen |
|
1.132 |
245 |
893 |
8 |
276 |
| Acquisitiekosten |
-1.983 |
-1.421 |
-251 |
-557 |
-141 |
| Goodwill |
2.959 |
3.372 |
219 |
670 |
496 |
| Technische voorzieningen |
160 |
422 |
-109 |
402 |
45 |
Gerealiseerde winsten en (verliezen)op aandelen en onroerende goederen inclusief terugboeking van indirecte opbrengst |
|
|
-756 |
-2.251 |
-1.160 |
| Derivaten |
-239 |
-750 |
90 |
32 |
-152 |
| Latente belastingverplichtingen |
-670 |
-651 |
-33 |
-30 |
44 |
| Latente belastingverplichtingen over US GAAP aanpassingen |
-671 |
-489 |
-72 |
205 |
344 |
| Overige verschillen, per saldo |
9 |
-120 |
228 |
329 |
-410 |
| BEDRAGEN VOLGENS AMERIKAANSE GRONDSLAGEN |
17.836 |
17.554 |
|
|
|
| Winst voor effect van grondslag wijzigingen |
|
|
1.531 |
-1.033 |
686 |
Effect van eerste toepassing van SFAS 133 (derivaten), netto na aftrek van EUR 30 miljoen belasting |
|
|
|
|
-54 |
| Effect van eerste toepassing van SFAS 142 (goodwill) |
|
|
|
-1.295 |
|
NETTOWINST VOLGENS AMERIKAANSE GRONDSLAGEN
|
|
|
1.531 |
-2.328 |
632 |
Overige componenten integrale winst, na belasting Omrekenverschillen vreemde valuta |
|
|
-2.384 |
-2.749 |
690 |
Niet gerealiseerde winsten en verliezen op effecten beschikbaar voor verkoop |
|
|
1.249 |
-673 |
-907 |
| Herrubricering vermogenswinsten en - verliezen begrepen in de nettowinst |
|
7 |
1.193 |
377 |
| Cumulatief effect van eerste toepassing van SFAS 133 |
|
|
|
|
49 |
| INTEGRALE WINST VOLGENS AMERIKAANSE GRONDSLAGEN |
|
403 |
-4.557 |
841 |
| 1 |
Inclusief herziening van bepaalde US GAAP informatie.
AEGON heeft bepaalde wijzigingen vastgesteld die gemaakt moesten worden in de cijfers over 2002 en 2001 opgesteld overeenkomstig US GAAP. De nettowinst volgens Amerikaanse grondslagen over 2002 nam af met EUR 98 miljoen,de integrale winst volgens Amerikaanse grondslagen was EUR 155 miljoen lager over 2002 en EUR 297 miljoen lager over 2001. De wijzigingen hadden geen effect op de winst of de balanscijfers bepaald volgens Nederlandse grondslagen.
|
De belangrijkste verschillen tussen de bedragen volgens de jaarrekening op Nederlandse grondslagen en Amerikaanse grondslagen in 2003 vergeleken met 2002 zijn:
De nettowinst over 2003 op basis van US GAAP grondslagen bedroeg EUR 1.531 miljoen, ten opzichte van een nettoverlies van EUR 2.328 miljoen over 2002.
De gerealiseerde verliezen op aandelen en onroerend goederen op US GAAP grondslagen bedroegen EUR 125 miljoen (inclusief EUR 352 miljoen uit hoofde van duurzame waardevermindering; ten opzichte van een bedrag van EUR 1.057 miljoen in 2002). Op basis van Nederlandse waarderingsgrondslagen is een bedrag van EUR 631 miljoen betreffende indirecte opbrengst uit beleggingen verantwoord.Op US GAAP grondslagen worden gerealiseerde resultaten direct verantwoord in de winst-en verliesrekening, terwijl onder Nederlandse grondslagen de indirecte opbrengst methode wordt toegepast.
De gerealiseerde resultaten op vastrentende waarden, onder aftrek van de geamortiseerde ruilresultaten bedroegen EUR 893 miljoen in 2003 (2002:EUR 8 miljoen). Op basis van Nederlandse grondslagen worden gerealiseerde resultaten als overlopende ruilresultaten in de balans verantwoord en ten gunste of ten last van het resultaat gebracht in een periode overeenkomend met de benaderde resterende looptijd van de verkochte beleggingen. Op US GAAP grondslagen worden gerealiseerde resultaten direct verantwoord in de winst-en verliesrekening.
Volgens Nederlandse grondslagen wordt goodwill direct ten laste van het eigen vermogen gebracht op het moment van acquisitie. Lasten uit hoofde van afwaardering van goodwill worden geboekt op basis van US GAAP. De vereiste goodwill impairment test in het vierde kwartaal van 2003 volgens SFAS 142 heeft geleid tot een afboeking ten laste van het resultaat van EUR 219 miljoen, voornamelijk betrekking hebbend op de niet-verzekeringsactiviteiten van Transamerica (2002:EUR 1.965 miljoen). Deze afwaardering is in 2003 verantwoord als bedrijfskosten volgens US GAAP.
Het volgende is een samenvatting van de verschillen tussen Nederlandse waarderingsgrondslagen en US GAAP die een effect hebben op het gerapporteerde eigen vermogen of op de nettowinst.
ONROERENDE GOEDEREN
Onroerende goederen worden op Nederlandse grondslagen gewaardeerd tegen marktwaarde, die is gebaseerd op de verkoopwaarde onder normale marktomstandigheden. Nieuwe onroerende goederen worden gewaardeerd tegen stichtingskosten inclusief rente tijdens de bouw of tegen aanschaffingsprijs.
Ongerealiseerde en gerealiseerde winsten en verliezen op de beleggingen in onroerende goederen evenals de uit afdekkingstransacties voortvloeiende resultaten, kosten en valutaverschillen worden in de herwaarderingsreserve verantwoord, rekening houdend met de (latente) belastingverplichting.
Op Amerikaanse grondslagen wordt onroerend goed gewaardeerd op kostprijs minus afschrijving en aangepast voor duurzame waardeverminderingen. Afschrijving geschiedt over de geschatte economische levensduur van het onroerend goed. Gerealiseerde winsten of verliezen en alle overige operationele opbrengsten en kosten worden opgenomen in de winst-en verliesrekening. De getoonde aanpassing in de kolom van het eigen vermogen geeft de afname weer van de marktwaarde tot de kostprijs minus afschrijving.
De aanpassing in de nettowinst kolom geeft de jaarlijkse afschrijvingslast weer. De verschillen in resultaten bij verkoop die voortvloeien uit het verschil in boekwaarde op Nederlandse en Amerikaanse grondslagen zijn opgenomen op de regel gerealiseerde winsten en verliezen op aandelen en onroerende goederen, evenals de terugboeking van de indirecte opbrengst.
OBLIGATIES EN LENINGEN OP SCHULDBEKENTENIS -WAARDERING
Obligaties en leningen op schuldbekentenis worden op Nederlandse grondslagen gewaardeerd tegen amortisatiewaarde, verminderd met voorzieningen voor oninbare bedragen. Onder de amortisatiewaarde wordt verstaan de contante waarde per balansdatum van de toekomstige intrest-en aflossingsbestanddelen, vastgesteld op basis van de effectieve rentevoet op het moment van verkrijging.
Op Amerikaanse grondslagen worden obligaties en leningen op schuldbekentenis in drie categorieën ingedeeld en als volgt in de cijfers verwerkt:
| |
obligaties en leningen op schuldbekentenis waarvoor AEGON de intentie en de mogelijkheid heeft om deze vast te houden tot de aflossingsdatum worden opgenomen tegen amortisatiewaarde. |
| |
obligaties en leningen op schuldbekentenis welke voornamelijk worden gekocht en aangehouden om deze op korte termijn te verkopen worden aangemerkt als handelsportefeuille en op fair value gewaardeerd, waarbij de ongerealiseerde winsten en verliezen in het resultaat worden opgenomen. |
| |
obligaties en leningen op schuldbekentenis die niet vallen in de categorie ”vasthouden tot aflossingsdatum” of handelsportefeuille worden aangemerkt als ”beschikbaar voor verkoop” en op fair value gewaardeerd, waarbij de ongerealiseerde winsten en verliezen in het eigen vermogen worden opgenomen. |
AEGON heeft het overgrote deel van zijn obligaties en leningen op schuldbekentenis aangemerkt als ”beschikbaar voor verkoop” en het restant als handelsportefeuille. Wanneer er bewijs is van een duurzame waardevermindering van een obligatie of lening op schuldbekentenis vindt er een afwaardering tot de fair value plaats die ten laste komt van de winst van het huidige boekjaar.
De aanpassing in de kolom van het eigen vermogen stelt het verschil voor tussen de amortisatiewaarde verminderd met de afschrijvingen voor oninbare bedragen en de fair value.
OBLIGATIES EN LENINGEN OP SCHULDBEKENTENIS - GEREALISEERDE WINSTEN EN VERLIEZEN
Bij ruiltransacties gerealiseerde rendementsverschillen op obligaties en leningen op schuldbekentenis, tenzij een verlies wordt geacht te zijn voortgekomen uit een verslechterde kredietwaardigheid, worden op Nederlandse grondslagen ten gunste of ten laste van het resultaat gebracht in een periode overeenkomend met de benaderde resterende looptijd van de verkochte beleggingen.
Op Amerikaanse waarderingsgrondslagen worden gerealiseerde winsten en verliezen bij verkoop van obligaties en leningen op schuldbekentenis opgenomen in de winst van de periode waarin de verkopen plaats vonden. Zowel gerealiseerde als ongerealiseerde winsten en verliezen op obligaties en leningen op schuldbekentenis welke worden aangemerkt als handelsportefeuille worden opgenomen in de nettowinst.
De aanpassing in de kolom van het eigen vermogen betreft de herschikking van de overlopende verkoopresultaten van de obligaties en leningen op schuldbekentenis van schulden naar eigen vermogen.
De aanpassing in de kolom nettowinst stelt het verschil voor tussen de vrijval van de overlopende verkoopresultaten op Nederlandse grondslagen en de gerealiseerde resultaten op Amerikaane grondslagen.
OVERLOPENDE ACQUISITIEKOSTEN EN WAARDE VAN DE AANGEKOCHTE VERZEKERINGSPORTEFEUILLES ’VALUE OF BUSINESS ACQUIRED’
Volgens Nederlandse waarderingsgrondslagen worden kosten die direct of indirect samenhangen met het afsluiten of verlengen van verzekeringen geactiveerd voor zover zij worden terugverdiend uit toekomstige kostenopslagen in de premies of uit het verwachte brutoresultaat,afhankelijk van de aard van de polis. Acquisitiekosten worden eveneens geactiveerd voor bepaalde beleggingsproducten zonder verzekeringselement welke gerelateerd zijn aan 401(k) pensioenregelingen in de Verenigde Staten. De overlopende acquisitiekosten worden afgeschreven over de looptijd van de betreffende polissen,met als maximum de periode van premiebetaling voor traditionele levensverzekeringen en vaste universal life polissen, dan wel voor unit-linked producten, variabele universal life polissen en vaste en variabele annuities in verhouding tot de verwachte brutoresultaten.
De overlopende acquisitiekosten van traditionele en vaste universal life producten in alle landen worden ten minste jaarlijks per landenunit en productgroep getest om de terugverdiencapaciteit in te schatten. Een niet gedekt bedrag wordt als een last in het jaar van vaststelling verantwoord.In de Verenigde Staten en Canada worden de overlopende acquisitiekosten voor vaste en variabele annuities, variabele universal life polissen en unit-linked contracten afgeschreven met een constant percentage gebaseerd op de contante waarde van de geschatte brutoresultaten zoals die naar verwachting worden gerealiseerd gedurende de looptijd van de polissen. Waar nodig worden de veronderstellingen welke worden gebruikt voor de bepaling van de geschatte brutoresultaten aangepast. Een belangrijke veronderstelling met betrekking tot de geschatte toekomstige winsten van variabele annuities en levensverzekeringen is de lange termijn groeivoet op jaarbasis van de onderliggende activa. De aanpassing van de veronderstellingen kan van invloed zijn op het oorspronkelijke afschrijvingspatroon,wat kan leiden tot het openbreken ervan (”unlocking”). Het verschil tussen het oorspronkelijke afschrijvingspatroon en het herziene patroon, dat is gebaseerd op werkelijk verdiende brutowinsten tot dusver en herziene schattingen van toekomstige brutowinsten,wordt volledig in de winst-en verliesrekening verwerkt als een last of een bate. In Nederland, het Verenigd Koninkrijk en de overige landen wordt de invloed van de bewegingen in de aandelenmarkten op de geschatte brutoresultaten bewaakt door het jaarlijks of,indien noodzakelijk, op kwartaalbasis testen van de terugverdiencapaciteit; een negatieve uitkomst wordt onmiddellijk als extra afschrijving ten laste van de winst-en verliesrekening gebracht. Waar nodig worden de veronderstellingen welke worden gebruikt voor de bepaling van de geschatte brutoresultaten aangepast.
Voor traditionele en vaste universal life producten in alle landen zijn de Amerikaanse waarderingsgrondslagen hetzelfde als de Nederlandse waarderingsgrondslagen. Voor vaste en variabele annuities, variabele universal life polissen en unit-linked contracten die verkocht worden in de Verenigde Staten en Canada zijn de Amerikaanse en Nederlandse waarderingsgrondslagen gelijk. Voor variabele universal life polissen en unit-linked contracten die verkocht worden in Nederland, het Verenigd Koninkrijk en de overige landen vindt ’unlocking ’ plaats door middel van een herzien afschrijvingsschema voor acquisitiekosten gebaseerd op de werkelijke brutowinsten tot dusver en herziene schattingen van toekomstige brutowinsten. Deze ’unlocking’ aanpassing heeft in recente jaren geleid tot aanvullende afschrijvingslasten. Acquisitiekosten voor beleggingsproducten zonder verzekeringselement welke gerelateerd zijn aan 401(k) pensioenregelingen in de Verenigde Staten worden onmiddellijk als kosten genomen en niet geactiveerd en afgeschreven zoals volgens Nederlandse waarderingsgrondslagen.
De aanpassing in de kolom van het eigen vermogen en de aanpassing in de nettowinst kolom bevatten het effect van de ’unlocking’ van de overlopende acquisitiekosten voor vaste universal life en unit-linked producten in het Verenigd Koninkrijk en het verschil in behandeling van de acquisitiekosten voor beleggingsproducten zonder verzekeringselement gerelateerd aan 401(k) pensioenregelingen in de Verenigde Staten.Tevens is hier de aanpassing voor acquisitiekosten opgenomen die, in overeenstemming met de gevestigde praktijk na het van kracht worden van SFAS 115, het verschil in afschrijving weergeeft welke nodig zou zijn als de ongerealiseerde winsten en verliezen op obligaties en leningen op schuldbekentenis gerealiseerd zouden zijn. Het negatieve effect op het eigen vermogen volgens Amerikaanse waarderingsgrondslagen met betrekking tot SFAS 115 is EUR 1.421 miljoen (2002:EUR 1.027 miljoen).
GOODWILL
Goodwill wordt op Nederlandse grondslagen in het jaar van aankoop geheel ten laste van het eigen vermogen gebracht.
Op Amerikaanse grondslagen wordt goodwill geactiveerd en indien nodig aangepast voor duurzame waardevermindering. Voor 1 januari 2002 werd goodwill afgeschreven over de periode waarin naar verwachting van de voordelen wordt genoten, met een maximum van 20 jaar. Goodwill werd getest op duurzame waardevermindering op basis van niet contant gemaakte kasstromen.
Vanaf 1 januari 2002 wordt goodwill beoordeeld en getest op duurzame waardevermindering volgens de fair value benadering conform de toepassing van SFAS 142, ”Goodwill and Other Intangible Assets”. Goodwill moet in ieder geval jaarlijks worden getest op duurzame waardevermindering of vaker als gewijzigde omstandigheden aangeven dat een duurzame waardevermindering nodig kan zijn. Het testen op duurzame waardevermindering vereist dat de fair value wordt bepaald van iedere geïdentificeerde rapportage-eenheid. De rappotage-eenheden die AEGON heeft geïdentificeerd, gebaseerd op de SFAS 142 regels, zijn: AEGON USA, AEGON Canada, AEGON Nederland,de verzekeringsmaatschappijen van AEGON UK en de distributiemaatschappijen van AEGON UK, Overige landen en Transamerica niet-verzekeringsactiviteiten. De fair value van de verzekeringsactiviteiten wordt bepaald met behulp van waarderings-technieken die consistent zijn met het bepalen van de marktwaarde voor verzekeringsmaatschappijen, een gedisconteerde kasstromen model met veronderstellingen ten aanzien van disconteringsvoet, waarde van de bestaande portefeuille en verwachtingen voor toekomstige groeivoeten en termijn.Voor de niet-verzekeringsactiviteiten van Transamerica wordt de fair value bepaald op basis van gedisconteerde kasstromenanalyse.Bij de waardering wordt gebruik gemaakt van de beste beschikbare informatie, met inbegrip van veronderstellingen en ramingen welke het management redelijk en verdedigbaar vindt. De veronderstellingen die gebruikt worden bij de bepaling van de fair value vergen aanzienlijke inschattingen en ramingen. De gehanteerde disconteringsvoeten worden verondersteld de marktdisconteringsvoeten te zijn, die gebruikt zouden worden om zaken van gelijke aard en omvang te waarderen.
De goodwillafschrijving in 2002 betreft voornamelijk de duurzame waardeverminderingen van Transamerica niet-verzekerings-activiteiten (EUR 1.234 miljoen) en van de verzekeringsactiviteiten van AEGON USA.
TECHNISCHE VOORZIENINGEN
De voorziening voor levensverzekering bestaat uit de contante waarde van de toekomstige uitkeringen aan polishouders of andere begunstigden inclusief de daarmee verband houdende kosten, verminderd met de contante waarde van de toekomstige nettopremies. De voorziening is berekend met toepassing van actuariële methoden waarbij gebruik wordt gemaakt van veronderstellingen zoals schattingen van premies, sterfte, beleggingsresultaten, polisverval, afkopen en kosten. Deze veronderstellingen zijn oorspronkelijk gebaseerd op de best mogelijke schattingen van toekomstige werkelijke uitkomsten op het moment van afsluiten van de polis, waarbij in sommige gevallen rekening wordt gehouden met een marge voor negatieve ontwikkelingen. De gehanteerde veronderstellingen worden regelmatig getoetst met de werkelijke ontwikkelingen en, indien nodig, afhankelijk van het soort product,bijgesteld.
Voor polissen waarbij uitkeringsbedragen zijn gegarandeerd tijdens de looptijd of bij expiratie bevat de premie ook opslagen voor de verwachte kosten van de garanties. De prijsstelling van de garantie is gebaseerd op veronderstellingen van toekomstige beleggingsresultaten inclusief veronderstellingen inzake resultaten uit herbelegging.
De voorziening voor levensverzekering omvat eveneens de voorziening voor lopende risico’s en de voorziening voor te betalen uitkeringen.Ingeval de periode van premiebetaling korter is dan de looptijd van de polis wordt een voorziening voor toekomstige administratiekosten gevormd om de geschatte toekomstige kosten na de periode van premiebetaling te dekken. Er wordt tevens een voorziening gevormd met betrekking tot toekomstige kosten in verband met de verwerking van uitkeringen.
In de technische voorziening levensverzekering zijn voorzieningen opgenomen voor gegarandeerde uitkeringen met betrekking tot polissen waarvan de polishouder het beleggingsrisico draagt. In een aantal landen worden producten verkocht die minimumgaranties bevatten.De reguliere technische voorzieningen voor deze producten zijn verantwoord onder technische voorzieningen met beleggingen voor rekening van polishouders.
In de Verenigde Staten is een gegarandeerde minimum overlijdensuitkering een gebruikelijk element van variabele annuities. Een dergelijke overlijdensuitkering bestaat uit het hoogste van enerzijds het bedrag in de technische voorziening en anderzijds het gegarandeerde bedrag.Het laatste bedrag is gelijk aan de totale stortingen door de polishouder verminderd met de opgenomen bedragen en bevat in sommige gevallen een opwaarderingsclausule waarbij het garantiebedrag wordt verhoogd met intrest of met een bepaalde waarde-aangroei.
De voorziening voor levensverzekering bevat een voorziening in verband met de gegeven garanties.Een boven-en ondergrens voor deze voorziening is berekend met gebruikmaking van stochastische prospectieve methoden (berekeningen met gewogen waarschijnlijkheden gebruikmakend van meervoudige toekomstscenario’s) en actuele veronderstellingen. Binnen de boven-en ondergrens (z.g.corridor of bandbreedte) wordt de periode-toerekeningsmethode gevolgd gebaseerd op de prijsstelling, rekening houdend met een rentefactor bij de waardering en verminderd met de werkelijk gedane uitkeringen. Wanneer het niveau van de voorziening buiten de bandbreedte komt, zal een overschot of een tekort leiden tot een extra last of bate in de resultatenrekening.
In Canada worden de variabele annuity producten verkocht onder de naam gesepareerde fondsen. De voorzieningen voor de minimumgaranties bij de gesepareerde fondsen worden vastgesteld volgens een methode overeenkomend met die beschreven voor de minimumgaranties op variabele annuities in de Verenigde Staten.
In Nederland hebben polissen verbonden met het Fundplan een gegarandeerd rendement van 3% of 4% bij expiratie of bij eerder overlijden van de verzekerde indien de betaalde premies gedurende een aaneengesloten periode van tien jaar zijn belegd in het Mix Fund en/of het Rente Fund.Voor deze garantie is een voorziening gevormd volgens de methode van stochastische modellering. De voorziening is opgebouwd volgens het toerekeningsbeginsel gebaseerd op de prijsstelling, verminderd met de werkelijk gedane uitkeringen. Periodiek wordt een bandbreedte bepaald voor de voorziening volgens de methode van stochastische modellering.Indien de voorziening zich buiten de bandbreedte ontwikkelt zal een overschot of een tekort leiden tot een extra last of bate in de winst-en verliesrekening. Minimum intrestgaranties op collectieve pensioencontracten in Nederland worden gegeven voor nominale uitkeringen gebaseerd op de 3% of 4% actuariële intrest na pensionering van de werknemer. Overeenkomstig de aard van het product hebben deze garanties een langetermijnhorizon van ongeveer 30 tot 60 jaar. De voorziening wordt opgebouwd met toepassing van het toerekeningsbeginsel gebaseerd op de prijsstelling verminderd met verrichte uitkeringen.
De voorziening voor vaste annuities, GICs en financieringsovereenkomsten is gelijk aan de gestorte bedragen verhoogd met de contractuele intrest.
Op Amerikaanse waarderingsgrondslagen worden de technische voorzieningen voor traditionele levensverzekeringsproducten berekend volgens de gelijkblijvende premie methode met oorspronkelijke veronderstellingen voor beleggingsrendementen, sterfte, verval en kosten en zijn inclusief een voorziening voor ongunstig verloop. Voor universal life producten en producten met een beleggingskarakter (annuities) zijn de technische voorzieningen gelijk aan de aan polishouders toekomende bedragen per balansdatum. De technische voorziening in het Verenigd Koninkrijk wordt verminderd tot het aan polishouders toekomende bedrag. De technische voorziening voor vaste annuities, GICs en financieringsovereenkomsten is hetzelfde als onder Nederlandse waarderingsgrondslagen.
Tevens bevatten de technische voorzieningen volgens Amerikaanse waarderingsgrondslagen dat deel van de waardeverandering van de obligaties en leningen op schuldbekentenis dat moet worden toegerekend aan polishouders op grond van de effecten van de toepassing van SFAS 115. Deze SFAS 115 invloed op het eigen vermogen volgens Amerikaanse waarderingsgrondslagen bedraagt EUR -300 miljoen (2002:EUR -348 miljoen).
Bovendien wordt, als in een polis een derivaat besloten is zoals gedefinieerd volgens Amerikaanse waarderingsgrondslagen, de polis gesplitst en het derivaat op marktwaarde gewaardeerd en worden de veranderingen hierin verwerkt in de resultatenrekening. Deze aanpassing is in het overzicht opgenomen op de regel derivaten.
GEREALISEERDE WINSTEN EN (VERLIEZEN)OP AANDELEN EN ONROERENDE GOEDEREN
Gerealiseerde en ongerealiseerde winsten en verliezen op aandelen en onroerende goederen worden volgens Nederlandse waarderingsgrondslagen in de herwaarderingsreserve verantwoord, rekening houdend met de (latente) belastingverplichting. In de winst-en verliesrekening wordt ter zake van de beleggingen in zakelijke waarden het structurele totaalrendement verantwoord. Dit totaalrendement bestaat uit de in de verslagperiode behaalde directe opbrengst (netto huren en dividenden) en een bedrag aan indirecte opbrengst.Het totaalrendement wordt berekend door het gemiddelde van de procentuele rendementen over de laatste 30 jaren vast te stellen en dit gemiddelde percentage te vermenigvuldigen met de gemiddelde waarde van deze beleggingen over de laatste 7 jaar, herrekend voor aan-en verkopen.
De indirecte opbrengst van deze beleggingen wordt dan berekend als het verschil tussen het totaalrendement en de behaalde directe opbrengsten.De indirecte opbrengst wordt onttrokken aan de herwaarderingsreserve indien en voor zover elk van de individuele saldi voor aandelen en onroerende goederen positief is. Duurzame waardeverminderingen van aandelen worden ten laste gebracht van het gerealiseerde deel van de herwaarderingsreserve.
Op Amerikaanse grondslagen worden gerealiseerde winsten en verliezen bij verkoop van aandelen en onroerende goederen in de resultaten verantwoord in de periode waarin de verkopen plaatsvonden. Zowel gerealiseerde als ongerealiseerde winsten en verliezen op aandelen die worden aangemerkt als handelsportefeuille worden opgenomen in de nettowinst. Voor de niet tot de handelsportefeuille behorende aandelen worden de ongerealiseerde winsten en verliezen verantwoord als component van de integrale winst. Duurzame waardeverminderingen van aandelen worden verantwoord als onderdeel van de gerealiseerde winsten en verliezen. Duurzame waardevermindering van onroerende goederen wordt als een gerealiseerd verlies verantwoord in de resultatenrekening.
Gerealiseerde winsten en verliezen kunnen naar hun aard grote schommelingen vertonen. De gerealiseerde winsten en verliezen op aandelen en onroerende goederen op Amerikaanse grondslagen bevatten EUR 273 miljoen (2002: EUR 1.057 miljoen en 2001 EUR 36 miljoen) verliezen als gevolg van duurzame vermindering van de marktwaarde en de terugboeking van de indirecte opbrengst van EUR 631 miljoen (2002: EUR 758 miljoen en 2001: EUR 723 miljoen).
DERIVATEN
AEGON maakt gebruik van financiële derivaten zoals swaps, opties, futures en valutaderivaten voor het afdekken van posities die samenhangen met beleggingen, verplichtingen en opgenomen leningen. Op Nederlandse waarderingsgrondslagen worden derivaten in het algemeen gewaardeerd op dezelfde grondslag als het financiële instrument waar het derivaat betrekking op heeft. De boekwaarden van de derivaten worden in de balans verantwoord onder hetzelfde hoofd als de betreffende onderliggende waarden. Bedragen in vreemde valuta worden omgerekend tegen de betreffende koers op balansdatum. Gerealiseerde en ongerealiseerde resulaten op financiële derivaten worden in dezelfde periode en op dezelde wijze verantwoord als de gerelateerde beleggingen, verplichtingen en schulden.
Op Amerikaanse waarderingsgrondslagen moeten alle derivaten, inclusief de in de polissen besloten derivaten, worden verantwoord hetzij als een aktiefpost hetzij als een passiefpost en gewaardeerd tegen fair value. Derivaten die volgens Amerikaanse grondslagen niet voldoen aan de criteria voor’ hedge accounting’ moeten via de winst- en verliesrekening op fair value worden gebracht. Als het derivaat wel een hedge is worden,afhankelijk van de aard van de hedge, veranderingen in de fair value van de derivaten ofwel gecompenseerd door de verandering in de fair value van de afgedekte activa,passiva of ’firm commitments’ via de winst- en verliesrekening ofwel verantwoord in de overige componenten van de integrale winst en in de winst- en verliesrekening verwerkt zodra de afgedekte transactie tot resultaat leidt. Elk gedeelte van de verandering in de fair value van een derivaat dat beschouwd wordt als ineffectief om het afgedekte risico te compenseren, wordt onmiddellijk in de winst-en verliesrekening verantwoord.
In de nettowinst van 2003 is op de regel derivaten een verlies van EUR 5 miljoen opgenomen voor de total return swaps met Vereniging AEGON.
LATENTE BELASTINGVERPLICHTINGEN
De latente belastingverplichtingen op Nederlandse waarderingsgrondslagen worden vastgesteld op basis van het verschil tussen de commerciële en fiscale waardering van de daarvoor in aanmerking komende activa en passiva. De voorziening is gelijk aan de contante waarde van de toekomstige belastingverplichtingen. Voor de berekening van de verplichting worden, rekening houdend met de geschatte looptijden,percentages gehanteerd die variëren van 0% tot het nominale tarief over het eerder genoemde verschil tussen de commerciële en fiscale waardering.
Amerikaanse waarderingsgrondslagen vereisen een ’activa en passiva’ benadering voor het bepalen en rapporteren van belastingen. Latente belastingvorderingen en -verplichtingen worden berekend op basis van de naar verwachting geldende percentages voor de belastbare winst op het tijdstip waarop de latente belastingvordering of -verplichting naar verwachting wordt gerealiseerd of afgewikkeld.Deze percentages worden niet contant gemaakt. Waar nodig worden de latente belastingvorderingen verminderd met een voorziening om het feit weer te geven dat (een deel van) de vorderingen naar verwachting niet zullen worden geëffectueerd.
OVERIGE VERSCHILLEN, PER SALDO
Afhankelijk van de gehanteerde grondslagen kunnen sommige uitgaven verantwoord worden in verschillende perioden of op verschillende wijze.
De integrale winst (comprehensive income) is de wijziging in het eigen vermogen gedurende het jaar uit transacties en overige gebeurtenissen en omstandigheden die geen verband houden met de aandeelhouders. Deze winst omvat alle wijzigingen in het eigen vermogen behalve die voortkomen uit stortingen door dan wel uitdeling aan aandeelhouders.
A PDF of the Quarterly Results is available to download here.
|