 |
INFORMATIE OP AMERIKAANSE WAARDERINGSGRONDSLAGEN
De geconsolideerde jaarrekening van AEGON N.V. is opgesteld overeenkomstig de Nederlandse waarderingsgrondslagen welke op een
aantal punten afwijken van de Amerikaanse waarderingsgrondslagen (US GAAP). Het navolgende beknopte overzicht geeft de effecten
weer op het eigen vermogen en de nettowinst bij toepassing van US GAAP. Deze informatie is uitgewerkt in het bij de Securities and
Exchange Commission als Form 20-F te deponeren verslag. Zoals gebruikelijk is dit document op aanvraag kosteloos verkrijgbaar en kan
ook worden opgehaald uit de EDGAR database van de SEC op www.sec.gov en via www.aegon.com
 |
 |
 |
 |
 |
 |
| |
|
Eigen vermogen 31 december
|
|
|
Nettowinst
|
| In miljoenen euro’s |
2004 |
20031 |
2004 |
20031 |
20021 |
| Bedragen volgens jaarrekening |
|
|
|
|
|
| op Nederlandse grondslagen |
14.413 |
13.947 |
1.663 |
1.033 |
-228 |
| |
|
|
|
|
|
| Aanpassingen voor: |
|
|
|
|
|
| Onroerende goederen |
-843 |
-817 |
-39 |
-33 |
-48 |
| Obligaties en leningen o/s — waardering |
3.959 |
3.824 |
- |
- |
- |
| — gerealiseerde winsten en (verliezen) |
1.472 |
1.132 |
245 |
893 |
8 |
| Overlopende acquisitiekosten |
-2.111 |
-2.253 |
-210 |
-308 |
-626 |
| Goodwill |
2.939 |
2.959 |
- |
-219 |
-670 |
| Technische voorzieningen |
72 |
715 |
-58 |
1 |
534 |
| Gerealiseerde winsten en (verliezen) |
|
|
|
|
|
| op aandelen en onroerende goederen |
- |
- |
13 |
145 |
-150 |
| Derivaten |
-142 |
-239 |
5 |
90 |
32 |
| Latente belastingverplichtingen |
-632 |
-670 |
-47 |
-33 |
-30 |
| Latente belastingverplichtingen over |
|
|
|
|
|
| US GAAP aanpassingen |
-680 |
-771 |
130 |
-266 |
-184 |
| Overige verschillen, per saldo |
-131 |
9 |
12 |
228 |
329 |
| BEDRAGEN VOLGENS AMERIKAANSE GRONDSLAGEN |
18.316 |
17.836 |
|
|
|
| Winst vóór effect van grondslagwijzigingen |
|
|
1.714 |
1.531 |
-1.033 |
| Cumulatief effect toepassing SOP 03-01 |
|
|
-207 |
- |
- |
| Cumulatief effect toepassing DIG B36 |
|
|
-77 |
- |
- |
| Cumulatief effect van eerste |
|
|
|
|
|
| toepassing van FAS 142 (goodwill) |
|
|
- |
- |
-1.295 |
| NETTOWINST VOLGENS AMERIKAANSE GRONDSLAGEN |
|
|
1.430 |
1.531 |
-2.328 |
| |
|
|
|
|
|
| Overige componenten winst in uitgebreide zin, na belasting: |
|
|
|
|
|
| Omrekenverschillen vreemde valuta |
|
|
-971 |
-2.384 |
-2.749 |
| Niet gerealiseerde winsten en verliezen op effecten beschikbaar |
|
|
|
|
|
| voor verkoop, betreffende het boekjaar |
|
|
911 |
1.223 |
-673 |
| Herrubricering vermogenswinsten en -verliezen begrepen in de nettowinst |
|
|
-526 |
7 |
1.193 |
| Netto ongerealiseerde winst uit cash flow hedges |
|
|
66 |
26 |
- |
| Aanpassing minimum pensioenverplichting |
|
|
-47 |
- |
- |
| Overige componenten winst in |
|
|
|
|
|
| uitgebreide zin, na belasting |
|
|
-567 |
-1.128 |
-2.229 |
| WINST IN UITGEBREIDE ZIN VOLGENS |
|
|
|
|
|
| AMERIKAANSE GRONDSLAGEN |
|
|
863 |
403 |
-4.557 |
| 1 |
Eigen vermogen en nettowinst volgens Nederlandse grondslagen zijn aangepast in verband met de wijziging in de grondslagen voor waardering en resultaatbepaling, die met
ingang van 1 januari 2004 zijn toegepast. De wijzigingen in grondslagen hadden geen invloed op in voorgaande jaren verantwoorde eigen vermogen en nettowinst volgens
Amerikaanse grondslagen. Dit heeft ertoe geleid dat de aanpassingen vanwege de grondslagwijzingen zijn verwerkt in de betreffende posten van de aansluiting tussen de
bedragen volgens Nederlandse en volgens Amerikaanse grondslagen. Zie bladzijde 92 voor de aansluiting tussen de in 2003 oorspronkelijk gerapporteerde bedragen volgens
Nederlandse grondslagen en de aangepaste bedragen vanwege de grondslagwijzigingen. |
De belangrijkste verschillen tussen de bedragen volgens de jaarrekening op Nederlandse grondslagen en Amerikaanse grondslagen in
2004 vergeleken met voorgaande jaren zijn:
Het netto resultaat over 2004 op basis van US GAAP grondslagen bedroeg EUR 1.430 miljoen, ten opzichte van een nettowinst van
EUR 1.531 miljoen over 2003.
De gerealiseerde resultaten op vastrentende waarden, onder aftrek van de geamortiseerde ruilresultaten bedroegen EUR 245 miljoen in
2004 (2003: EUR 893 miljoen, 2002: EUR 8 miljoen). Op basis van Nederlandse grondslagen worden gerealiseerde resultaten als
overlopende ruilresultaten in de balans verantwoord en ten gunste of ten last van het resultaat gebracht in een periode overeenkomend
met de benaderde resterende looptijd van de verkochte beleggingen. Op US GAAP grondslagen worden gerealiseerde resultaten direct
verantwoord in de winst- en verliesrekening.
Volgens Nederlandse grondslagen wordt goodwill direct ten laste van het eigen vermogen gebracht op het moment van acquisitie. Lasten
uit hoofde van afwaardering van goodwill worden geboekt op basis van US GAAP. De vereiste goodwill impairment test in het vierde
kwartaal van 2004 volgens FAS 142, heeft niet geleid tot een afboeking ten laste van het resultaat (2003: EUR 219 miljoen afboeking). In
2003 is deze afwaardering verantwoord als bedrijfskosten volgens US GAAP.
Het volgende is een samenvatting van de verschillen tussen Nederlandse waarderingsgrondslagen en US GAAP die een effect hebben
op het gerapporteerde eigen vermogen of op de nettowinst.
ONROERENDE GOEDEREN
Onroerende goederen worden op Nederlandse grondslagen gewaardeerd tegen marktwaarde, die is gebaseerd op de verkoopwaarde
onder normale marktomstandigheden. Nieuwe onroerende goederen worden gewaardeerd tegen stichtingskosten inclusief rente tijdens
de bouw of tegen aanschaffingsprijs.
Ongerealiseerde winsten en verliezen op de beleggingen in onroerende goederen evenals de uit afdekkingstransacties voortvloeiende
resultaten, kosten en valutaverschillen worden in de herwaarderingsreserve verantwoord, rekening houdend met de (latente)
belastingverplichting. Gerealiseerde resultaten worden verantwoord in de winst- en verliesrekening.
Op Amerikaanse grondslagen worden onroerend goederen gewaardeerd op kostprijs minus afschrijving en aangepast voor duurzame
waardeverminderingen. Afschrijving geschiedt over de geschatte economische levensduur van het onroerend goed. Gerealiseerde
winsten of verliezen en alle overige operationele opbrengsten en kosten worden opgenomen in de winst- en verliesrekening.
De getoonde aanpassing in de kolom van het eigen vermogen geeft de afname weer van de marktwaarde tot de kostprijs minus
afschrijving.
De aanpassing in de nettowinst kolom geeft de jaarlijkse afschrijvingslast weer alsmede de verschillen in resultaten bij verkoop die
voortvloeien uit het terugnemen van de cumulatieve afschrijvingslasten onder Amerikaanse grondslagen.
OBLIGATIES EN LENINGEN OP SCHULDBEKENTENIS — WAARDERING
Obligaties en leningen op schuldbekentenis worden op Nederlandse grondslagen gewaardeerd tegen amortisatiewaarde, verminderd met
voorzieningen voor oninbare bedragen. Onder de amortisatiewaarde wordt verstaan de contante waarde per balansdatum van de
toekomstige intrest- en aflossingsbestanddelen, vastgesteld op basis van de effectieve rentevoet op het moment van verkrijging.
Op Amerikaanse grondslagen worden obligaties en leningen op schuldbekentenis in drie categorieën ingedeeld en als volgt in de cijfers
verwerkt:
| • |
obligaties en leningen op schuldbekentenis waarvoor AEGON de intentie en de mogelijkheid heeft om deze vast te houden tot de
aflossingsdatum worden opgenomen tegen amortisatiewaarde. |
| • |
obligaties en leningen op schuldbekentenis welke voornamelijk worden gekocht en aangehouden om deze op korte termijn te
verkopen worden aangemerkt als handelsportefeuille en op fair value gewaardeerd, waarbij de ongerealiseerde winsten en verliezen
in het resultaat worden opgenomen. |
| • |
obligaties en leningen op schuldbekentenis die niet vallen in de categorie ‘vasthouden tot aflossingsdatum’ of handelsportefeuille
worden aangemerkt als “beschikbaar voor verkoop” en op fair value gewaardeerd, waarbij de ongerealiseerde winsten en verliezen in
het eigen vermogen worden opgenomen. |
AEGON heeft het overgrote deel van zijn obligaties en leningen op schuldbekentenis aangemerkt als “beschikbaar voor verkoop” en het
restant als handelsportefeuille. Wanneer er bewijs is van een duurzame waardevermindering van een obligatie of lening op
schuldbekentenis vindt er een afwaardering plaats tot de fair value die ten laste komt van de winst van het huidige boekjaar.
De aanpassing in de kolom van het eigen vermogen stelt het verschil voor tussen de amortisatiewaarde verminderd met de
afschrijvingen voor oninbare bedragen en de fair value.
OBLIGATIES EN LENINGEN OP SCHULDBEKENTENIS — GEREALISEERDE WINSTEN EN VERLIEZEN
Bij ruiltransacties gerealiseerde rendementsverschillen op obligaties en leningen op schuldbekentenis, tenzij een verlies wordt geacht te
zijn voortgekomen uit een verslechterde kredietwaardigheid, worden op Nederlandse grondslagen ten gunste of ten laste van het
resultaat gebracht in een periode overeenkomend met de benaderde resterende looptijd van de verkochte beleggingen.
Op Amerikaanse waarderingsgrondslagen worden gerealiseerde winsten en verliezen bij verkoop van obligaties en leningen op
schuldbekentenis opgenomen in het resultaat van de periode waarin de verkopen plaats vonden. Zowel gerealiseerde als ongerealiseerde
winsten en verliezen op obligaties en leningen op schuldbekentenis welke worden aangemerkt als handelsportefeuille worden
opgenomen in de nettowinst.
De aanpassing in de kolom van het eigen vermogen betreft de herschikking van de overlopende verkoopresultaten van de obligaties
en leningen op schuldbekentenis van schulden naar eigen vermogen.
De aanpassing in de nettowinst kolom stelt het verschil voor tussen de vrijval van de overlopende verkoopresultaten op Nederlandse
grondslagen en de gerealiseerde resultaten op Amerikaane grondslagen. Bovendien bevat het bedrag de winsten en verliezen uit de
handelsportefeuille.
OVERLOPENDE ACQUISITIEKOSTEN EN WAARDE VAN DE AANGEKOCHTE VERZEKERINGSPORTEFEUILLES ‘VALUE OF BUSINESS ACQUIRED’
Volgens Nederlandse waarderingsgrondslagen worden kosten die direct of indirect samenhangen met het afsluiten of verlengen van
verzekeringen geactiveerd voor zover zij worden terugverdiend uit toekomstige kostenopslagen in de premies of uit het verwachte
brutoresultaat, afhankelijk van de aard van de polis. Acquisitiekosten worden eveneens geactiveerd voor bepaalde beleggingsproducten
zonder verzekeringselement welke gerelateerd zijn aan 401(k) pensioenregelingen in de Verenigde Staten. De overlopende
acquisitiekosten worden afgeschreven over de looptijd van de betreffende polissen, met als maximum de periode van premiebetaling
voor traditionele levensverzekeringen en vaste universal life polissen, dan wel voor unit-linked producten, variabele universal life polissen
en vaste en variabele annuities in verhouding tot de verwachte brutoresultaten.
De overlopende acquisitiekosten van traditionele en vaste universal life producten in alle landen worden ten minste jaarlijks per
landenunit en productgroep getest om de terugverdiencapaciteit in te schatten. Een niet gedekt bedrag wordt als een last in het jaar van
vaststelling verantwoord. In de Verenigde Staten en Canada worden de geactiveerde acquisitiekosten voor vaste en variabele annuities,
variabele universal life polissen en unit-linked contracten afgeschreven met een constant percentage gebaseerd op de contante waarde
van de geschatte brutoresultaten zoals die naar verwachting worden gerealiseerd gedurende de looptijd van de polissen. Waar nodig
worden de veronderstellingen welke worden gebruikt voor de bepaling van de geschatte brutoresultaten aangepast. Een belangrijke
veronderstelling met betrekking tot de geschatte toekomstige winsten van variabele annuities en levensverzekeringen is de lange termijn
groeivoet op jaarbasis van de onderliggende activa. De aanpassing van de veronderstellingen kan van invloed zijn op het oorspronkelijke
afschrijvingspatroon, wat kan leiden tot het openbreken ervan (‘unlocking’). Het verschil tussen het oorspronkelijke afschrijvingspatroon
en het herziene patroon, dat is gebaseerd op werkelijk verdiende brutowinsten tot dusver en herziene schattingen van toekomstige
brutowinsten, wordt volledig in de winst- en verliesrekening verwerkt als een last of een bate. In Nederland, het Verenigd Koninkrijk en
de andere landen wordt de invloed van de bewegingen in de aandelenmarkten op de geschatte brutoresultaten bewaakt door het jaarlijks
of, indien noodzakelijk, op kwartaalbasis testen van de terugverdiencapaciteit; een negatieve uitkomst wordt onmiddellijk als extra
afschrijving ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht. Waar nodig worden de veronderstellingen welke worden gebruikt voor de
bepaling van de geschatte brutoresultaten aangepast.
Voor traditionele en vaste universal life producten in alle landen zijn de Amerikaanse waarderingsgrondslagen hetzelfde als de
Nederlandse waarderingsgrondslagen. Voor vaste en variabele annuities, variabele universal life polissen en unit-linked contracten die
verkocht worden in de Verenigde Staten en Canada zijn de Amerikaanse en Nederlandse waarderingsgrondslagen gelijk. Voor variabele
universal life polissen en unit-linked contracten die verkocht worden in Nederland, het Verenigd Koninkrijk en de overige landen vindt
‘unlocking’ plaats door middel van een herzien eerste kosten afschrijvingsschema gebaseerd op de werkelijke brutowinsten tot dusver en
herziene schattingen van toekomstige brutowinsten. Acquisitiekosten voor beleggingsproducten zonder verzekeringselement welke
gerelateerd zijn aan 401(k) pensioenregelingen in de Verenigde Staten worden onmiddellijk als kosten genomen en niet geactiveerd en
afgeschreven zoals volgens Nederlandse waarderingsgrondslagen.
De aanpassing in de kolom van het eigen vermogen en de aanpassing in de nettowinst kolom bevatten het effect van de ‘unlocking’
van de overlopende acquisitiekosten voor vaste universal life en unit-linked producten in het Verenigd Koninkrijk en Nederland en het
verschil in behandeling van de eerste kosten voor beleggingsproducten zonder verzekeringselement gerelateerd aan 401(k) pensioenregelingen
in de Verenigde Staten. Tevens is hier de eerste kosten aanpassing opgenomen die, in overeenstemming met de gevestigde
praktijk na het van kracht worden van SFAS 1 15, het verschil in afschrijving weergeeft welke nodig zou zijn als de ongerealiseerde
winsten en verliezen op obligaties en leningen op schuldbekentenis gerealiseerd zouden zijn. Het negatieve effect op het eigen vermogen
volgens Amerikaanse waarderingsgrondslagen met betrekking tot SFAS 1 15 is EUR —1.371 miljoen (2003: EUR —1.421 miljoen).
GOODWILL Goodwill wordt op Nederlandse grondslagen in het jaar van aankoop geheel ten laste van het eigen vermogen gebracht.
Op Amerikaanse grondslagen wordt goodwill geactiveerd en indien nodig aangepast voor duurzame waardevermindering. Voor
1 januari 2002 werd goodwill afgeschreven over de periode waarin naar verwachting van de voordelen wordt genoten, met een maximum
van 20 jaar. Goodwill werd getest op duurzame waardevermindering op basis van niet contant gemaakte kasstromen.
Vanaf 1 januari 2002 wordt goodwill beoordeeld en getest op duurzame waardevermindering volgens de fair value benadering
conform de toepassing van SFAS No. 142, ‘Goodwill and Other Intangible Assets’. Goodwill moet in ieder geval jaarlijks worden getest op
duurzame waardevermindering of vaker als gewijzigde omstandigheden aangeven dat een duurzame waardevermindering nodig kan zijn.
Het testen op duurzame waardevermindering vereist dat de fair value wordt bepaald van iedere geïdentificeerde rapportage eenheid. De
rapportage eenheden die AEGON heeft geïdentificeerd, gebaseerd op de SFAS 142 regels, zijn: AEGON USA, AEGON Canada, AEGON
Nederland, de verzekeringsmaatschappijen van AEGON UK en de distributiemaatschappijen van AEGON UK en Overige landen. De fair
value van de verzekeringsactiviteiten wordt bepaald met behulp van waarderingstechnieken die consistent zijn met het bepalen van de
marktwaarde voor verzekeringsmaatschappijen, een gedisconteerde kasstromen model met veronderstellingen ten aanzien van
disconteringsvoet, waarde van de bestaande portefeuille en verwachtingen voor toekomstige groeivoeten en termijn. Bij de waardering
wordt gebruik gemaakt van de beste beschikbare informatie, met inbegrip van veronderstellingen en ramingen welke het management
redelijk en verdedigbaar acht. De veronderstellingen die gebruikt worden bij de bepaling van de fair value vergen aanzienlijke
inschattingen en ramingen. De gehanteerde disconteringsvoeten worden verondersteld de marktdisconteringsvoeten te zijn, die gebruikt
zouden worden om zaken van gelijke aard en omvang te waarderen.
De goodwill afschrijving in 2002 betreft voornamelijk de duurzame waardeverminderingen van Transamerica nietverzekeringsactiviteiten
(EUR 1.234 miljoen) en van de verzekeringsactiviteiten van AEGON USA.
TECHNISCHE VOORZIENINGEN
De voorziening voor levensverzekering bestaat uit de contante waarde van de toekomstige uitkeringen aan polishouders of andere
begunstigden inclusief de daarmee verband houdende kosten, verminderd met de contante waarde van de toekomstige nettopremies. De
voorziening is berekend met toepassing van actuariële methoden waarbij gebruik wordt gemaakt van veronderstellingen zoals
schattingen van premies, sterfte, beleggingsresultaten, polisverval, afkopen en kosten. Deze veronderstellingen zijn oorspronkelijk
gebaseerd op de best mogelijke schattingen van toekomstige werkelijke uitkomsten op het moment van afsluiten van de polis, waarbij in
sommige gevallen rekening wordt gehouden met een marge voor negatieve ontwikkelingen. De gehanteerde veronderstellingen worden
regelmatig getoetst met de werkelijke ontwikkelingen en, indien nodig, afhankelijk van het soort product, bijgesteld.
Voor polissen waarbij uitkeringsbedragen zijn gegarandeerd tijdens de looptijd of bij expiratie bevat de premie ook opslagen voor de
verwachte kosten van de garanties. De prijsstelling van de garantie is gebaseerd op veronderstellingen van toekomstige
beleggingsresultaten inclusief veronderstellingen inzake resultaten uit herbelegging.
De voorziening voor levensverzekering omvat eveneens de voorziening voor lopende risico’s en de voorziening voor te betalen
uitkeringen. Ingeval de periode van premiebetaling korter is dan de looptijd van de polis wordt een voorziening voor toekomstige
administratiekosten gevormd om de geschatte toekomstige kosten na de periode van premiebetaling te dekken. Er wordt tevens een
voorziening gevormd met betrekking tot toekomstige kosten in verband met de verwerking van uitkeringen.
In de technische voorziening levensverzekering zijn voorzieningen opgenomen voor gegarandeerde uitkeringen met betrekking tot
polissen waarvan de polishouder het beleggingsrisico draagt. In een aantal landen worden producten verkocht die minimum garanties
bevatten. De reguliere technische voorzieningen voor deze producten zijn verantwoord onder technische voorzieningen met beleggingen
voor rekening van polishouders.
In de Verenigde Staten is een gegarandeerde minimum overlijdensuitkering een gebruikelijk element van variabele annuities. Een
dergelijke overlijdensuitkering bestaat uit het hoogste van enerzijds het bedrag in de technische voorziening en anderzijds het
gegarandeerde bedrag. Veel variabele annuity producten bevatten ook een gegarandeerde minimum inkomensuitkering die voorziet in
minimum uitkeringen als de polishouder ervoor kiest de polis om te zetten in een direct ingaande annuity. Het gegarandeerde bedrag
wordt berekend op basis van de stortingen door de polishouder verminderd met de opgenomen bedragen en bevat in sommige gevallen
een opwaarderingsclausule waarbij het garantiebedrag wordt verhoogd met intrest of met een bepaalde waarde-aangroei.
Het Statement of Position 03-01 (SOP 03-01), uitgevaardigd door het Accounting Standards Executive Committee (AcSEC) heeft het
vaststellen van voorzieningen voor sterfte met betrekking tot universal life contracten en voor gegarandeerde minimumuitkeringen bij
leven en bij overlijden met betrekking tot variable annuity en variable life contracten in de Verenigde Staten gewijzigd.
De voorziening voor gegarandeerde minimum overlijdensuitkeringen wordt bepaald door schatting van de verwachte waarde van de
overlijdensuitkeringen boven het geraamde rekeningsaldo van de polis. Hierbij wordt wordt rekening gehouden met het verwachte
bedrag aan overlijdensuitkeringen over de gehele periode van aangroei, gebaseerd op de in totaal te verwachten overlijdensgevallen. De
gebruikte schattingen worden periodiek beoordeeld en de aanvullende voorziening wordt ten laste of ten gunste van de winst- en
verliesrekening bijgesteld indien er aanwijzingen zijn dat eerdere veronderstellingen moeten worden herzien. De veronderstellingen die
zijn gebruikt voor de schatting van de voorziening op 31 december 2004 zijn consistent met de voor afschrijving van overlopende
acquisitiekosten gehanteerde veronderstellingen, inclusief die van de terugkeer tot het gemiddelde. De veronderstellingen voor
beleggingsopbrengsten en volatiliteit zijn overeenkomstig de ervaringen uit het verleden. De uit te keren bedragen gehanteerd bij het
berekenen van de verplichtingen zijn gebaseerd op de gemiddelde uitkeringen volgens een reeks van scenario’s.
De voorziening voor gegarandeerde minimum inkomensuitkeringen wordt bepaald door schatting van de verwachte waarde van de
lijfrenteuitkeringen boven het geraamde rekeningsaldo op de begindatum van de lijfrente. Hierbij wordt rekening gehouden met het
verwachte bedrag aan lijfrenteuitkeringen over de gehele periode van aangroei, gebaseerd op de in totaal te verwachten aantallen
lijfrenten. De gebruikte schattingen worden periodiek beoordeeld en de aanvullende voorziening wordt ten laste of ten gunste van de
winst- en verliesrekening bijgesteld indien er aanwijzingen zijn dat eerdere veronderstellingen moeten worden herzien. De
veronderstellingen die zijn gebruikt voor de schatting van de voorziening op 31 december 2004 zijn consistent met de voor
gegarandeerde minimum overlijdensuitkeringen gehanteerde veronderstellingen. Bovendien is voor de berekening van de voorziening
voor gegarandeerde minimum inkomensuitkeringen een percentage gebruikt met betrekking tot het mogelijk aantal gevallen dat de
polishouder kiest voor uitkering van een lijfrente.
Voor universal life polissen die een opslag bevatten voor een overlijdensuitkering op een wijze dat daaruit in de eerste jaren winsten
zullen voortkomen en verliezen in latere jaren dient nu een zodanige voorziening te worden gevormd in aanvulling op het rekeningsaldo
dat daaruit voor de verzekeraar compensatie komt voor de uitkeringen die in toekomstige perioden moeten worden gedaan. De
consequentie van SOP 03-01 is, dat een product dat deze test voor toekomstige jaren niet doorstaat een voorziening vereist die ertoe
leidt dat sterftemarges meer gelijkmatig over de duur van de verzekering worden gespreid. De voorziening is niet beperkt tot het bedrag
van de verliezen in de jaren met verlies op sterfte.
In Canada worden de variabele annuity producten verkocht onder de naam segregated funds. In de technische voorziening
levensverzekering is een voorziening opgenomen in verband met de garanties begrepen in deze producten. Voor deze voorziening
worden een boven- en ondergrens berekend met behulp van stochastische prospectieve methoden (met waarschijnlijkheden gewogen
berekeningen, gebruik makend van meerdere toekomstscenario’s) en actuele veronderstellingen. Binnen de boven- en ondergrens, de
zgn. corridor, wordt het toerekeningsprincipe toegepast, gebaseerd op tariefgrondslagen waarin begrepen directe en indirecte
beleggingsopbrengsten verminderd met gedane uitkeringen. Een overschot of een tekort ten opzichte van de corridor leiden tot een bate
of een last in de winst- en verliesrekening.
In Nederland hebben polissen verbonden met het Fundplan een gegarandeerd rendement van 3% of 4% bij expiratie of bij eerder
overlijden van de verzekerde indien de betaalde premies gedurende een aaneengesloten periode van tien jaar zijn belegd in het Mix Fund
en/of het Rente Fund. Voor deze garantie is een voorziening gevormd volgens de methode van stochastische modellering. De voorziening
is opgebouwd volgens het toerekeningsbeginsel gebaseerd op de prijsstelling, verminderd met de werkelijk gedane uitkeringen. Periodiek
wordt een bandbreedte bepaald voor de voorziening volgens de methode van stochastische modellering. Indien de voorziening zich
buiten de bandbreedte ontwikkelt zal een overschot of een tekort leiden tot tot een extra last of bate in de winst- en verliesrekening.
Minimum intrestgaranties op collectieve pensioencontracten in Nederland worden gegeven voor nominale uitkeringen gebaseerd op de
3% of 4% actuariële interest na pensionering van de werknemer. Overeenkomstig de aard van het product hebben deze garanties een
langetermijnhorizon van ongeveer 30 tot 60 jaar. De voorziening wordt opgebouwd met toepassing van het toerekeningsbeginsel
gebaseerd op de prijsstelling verminderd met verrichte uitkeringen.
De voorziening voor vaste annuities, GICs en financieringsovereenkomsten is gelijk aan de gestorte bedragen verhoogd met de
contractuele intrest.
Op Amerikaanse waarderingsgrondslagen worden de technische voorzieningen voor traditionele levensverzekeringsproducten
berekend volgens de gelijkblijvende premie methode met oorspronkelijke veronderstellingen voor beleggingsrendementen, sterfte, verval
en kosten en zijn inclusief een voorziening voor ongunstig verloop. Voor universal life producten en produkten met een
beleggingskarakter (annuities) zijn de technische voorzieningen gelijk aan de aan polishouders toekomende bedragen per balansdatum.
De technische voorziening in het Verenigd Koninkrijk wordt verminderd tot het aan polishouders toekomende bedrag. De technische
voorziening voor vaste annuities, GICs en financieringsovereenkomsten is hetzelfde als onder Nederlandse waarderingsgrondslagen.
De voorziening voor gegarandeerde uitkeringen bij leven of bij overlijden van variabele annuity en variabele leven contracten in de
Verenigde Staten is gelijk aan die volgens Nederlandse grondslagen. Volgens Amerikaanse grondslagen wordt het effect van de
toepassing van SOP 03-01 verantwoord als cumulatief effect van een stelselwijziging ingaande 1 januari 2004.
Tevens bevatten de technische voorzieningen volgens Amerikaanse waarderingsgrondslagen dat deel van waardeverandering van de
obligaties en leningen op schuldbekentenis dat moet worden toegerekend aan polishouders op grond van de effecten van de toepassing
van SFAS 1 15. Deze SFAS 1 15 invloed op het eigen vermogen volgens Amerikaanse waarderingsgrondslagen bedraagt op 31 december
2004 EUR —312 miljoen (ultimo 2003: EUR —300 miljoen).
Bovendien wordt, als in een polis een derivaat besloten is zoals gedefinieerd volgens Amerikaanse waarderingsgrondslagen, de polis
gesplitst en het derivaat op marktwaarde gewaardeerd en worden de veranderingen hierin verwerkt in de resultatenrekening. Deze
aanpassing is opgenomen op de regel derivaten in het overzicht.
GEREALISEERDE WINSTEN EN VERLIEZEN OP AANDELEN EN ONROERENDE GOEDEREN Met ingang van 1 januari 2004 past AEGON niet langer de indirecte opbrengst methode toe met betrekking tot vermogenswinsten en
–verliezen op zakelijke waarden. Volgens de nieuwe waarderingsgrondslagen worden de ongerealiserde waardemutaties verantwoord in
de herwaarderingsreserve (onderdeel van het eigen vermogen). De gerealiseerde winsten en verliezen worden verantwoord in de winsten
verliesrekening op het moment van realisatie. Directe beleggingsopbrengsten (intrest en dividend) wordt verantwoord in de winst- en
verliesrekening. De vergelijkende cijfers zijn conform de Nederlandse grondslagen aangepast.
De Amerikaanse grondslagen voor aandelen zijn consistent met de Nederlandse grondslagen, met uitzondering van aandelen die
behoren tot een handelsportefeuille. De wijzigingen in de marktwaarde daarvan worden van periode tot periode verantwoord in de winsten
verliesrekening. Onroerende goederen worden gewaardeerd op kostprijs minus cumulatieve afschrijvingen; winsten en verliezen
worden uitsluitend verantwoord bij verkoop.
DERIVATEN AEGON maakt gebruik van financiële derivaten zoals swaps, opties, futures en valutaderivaten voor het afdekken van posities die
samenhangen met beleggingen, verplichtingen en opgenomen leningen. Op Nederlandse waarderingsgrondslagen worden derivaten in
het algemeen gewaardeerd op dezelfde grondslag als het financiële instrument waar het derivaat betrekking op heeft. De boekwaarden
van de derivaten worden in de balans verantwoord onder hetzelfde hoofd als de betreffende onderliggende waarden. Bedragen in
vreemde valuta worden omgerekend tegen de betreffende koers op balansdatum. Gerealiseerde en ongerealiseerde resulaten op
financiële derivaten worden in dezelfde periode en op dezelfde wijze verantwoord als de gerelateerde beleggingen, verplichtingen en
schulden.
Op Amerikaanse waarderingsgrondslagen moeten alle derivaten, inclusief de in de polissen besloten derivaten, worden verantwoord
hetzij als een aktiefpost hetzij als een passiefpost en gewaardeerd tegen fair value. Derivaten die volgens Amerikaanse grondslagen niet
voldoen aan de criteria voor ‘hedge accounting’ moeten via de winst- en verliesrekening op fair value worden gebracht. Als het derivaat
wel een hedge is worden, afhankelijk van de aard van de hedge, veranderingen in de fair value van de derivaten ofwel gecompenseerd
door de verandering in de fair value van de afgedekte activa, passiva of ‘firm commitments’ via de winst- en verliesrekening ofwel
verantwoord in de overige componenten van de winst in uitgebreide zin en in de winst- en verliesrekening verwerkt zodra de afgedekte
transactie tot resultaat leidt. Elk gedeelte van de verandering in de fair value van een derivaat dat beschouwd wordt als ineffectief om
het afgedekte risico te compenseren wordt onmiddellijk in de winst- en verliesrekening verantwoord.
LATENTE BELASTINGVERPLICHTINGEN De latente belastingverplichtingen op Nederlandse waarderingsgrondslagen worden vastgesteld op basis van het verschil tussen de
commerciële en fiscale waardering van de daarvoor in aanmerking komende activa en passiva. De voorziening is gelijk aan de contante
waarde van de toekomstige belastingverplichtingen. Voor de berekening van de verplichting worden, rekening houdend met de geschatte
looptijden, percentages gehanteerd die variëren van 0% tot het nominale tarief over het eerder genoemde verschil tussen de
commerciële en fiscale waardering.
Amerikaanse waarderingsgrondslagen vereisen een ‘activa en passiva’ benadering voor het bepalen en rapporteren van belastingen.
Latente belastingvorderingen en -verplichtingen worden berekend op basis van de naar verwachting geldende percentages voor de
belastbare winst op het tijdstip waarop de latente belastingvordering of -verplichting naar verwachting wordt gerealiseerd of afgewikkeld
en deze percentages worden niet contant gemaakt. Waar nodig worden de latente belastingvorderingen verminderd met een voorziening
om het feit weer te geven dat (een deel van) de vorderingen niet verwacht worden te worden geëffectueerd.
OVERIGE VERSCHILLEN, PER SALDO Afhankelijk van de gehanteerde grondslagen kunnen sommige uitgaven verantwoord worden in verschillende perioden of op
verschillende wijze.
De winst in uitgebreide zin (comprehensive income) is de wijziging in het eigen vermogen gedurende het jaar uit transacties en
overige gebeurtenissen en omstandigheden die geen verband houden met de aandeelhouders. Deze winst omvat alle wijzigingen in het
eigen vermogen behalve die voortkomen uit stortingen door dan wel uitdeling aan aandeelhouders.
Een PDF-bestand met de resultaten per kwartaal is hier beschikbaar.
|