AEGON - Jaarverslag 2004
Jaarverslag Historische gegevens English version
IN EEN OOGOPSLAG VAN HET BESTUUR VAN BELANG OVERZICHT ACTIVITEITEN FINANCIËLE GEGEVENS
Download
Print versie
RISICO- EN KAPITAALMANAGEMENT RISICO- EN KAPITAALMANAGEMENT RISICO- EN KAPITAALMANAGEMENT
Back to top>>

ALGEMEEN
AEGON heeft te maken met een verscheidenheid aan risico's. Sommige daarvan, zoals valutarisico's, houden verband met het internationale karakter van de activiteiten van AEGON. Andere risico’s zijn inherent aan het verzekeringsbedrijf, zoals wijzigingen in sterfte- en ziektecijfers. De grootste risico's hangen echter samen met bewegingen op de financiële markten (bijvoorbeeld rente- en kredietrisico’s en koersrisico’s op de aandelenmarkten). Deze risico’s zijn direct van invloed op de waarde van de beleggingen en de technische voorzieningen (inclusief de overlopende acquisitiekosten).

AEGON zal doorgaan met het implementeren van geavanceerde technieken voor risicomanagement in het kader van het kapitaalmanagement. Naast het onderling verspreiden van kennis over hoogwaardig risicomanagement en het verbeteren van de consistentie in interne risicorapportages, is dit proces primair gericht op het verder verbeteren van de doelmatigheid van het kapitaalmanagement. Net als in 2003 leidde dit tevens tot een betere coördinatie en pro-actief beleid inzake risico- en kapitaalmanagement. AEGON verwacht dat deze ontwikkeling zich zal voortzetten gezien de voortdurende internationale ontwikkeling en verbetering van technieken voor risicomanagement. AEGON zal ontwikkelingen op het gebied van statutair toezicht nauwlettend blijven volgen, met name inzake Solvency II, waarbij geavanceerde interne risicomanagementmodellen een basis vormen voor de kapitaalvereisten.

Het financiële risicomanagement, onderdeel van het totale risicomanagement, is gebaseerd op asset liability management (ALM) modellen en procedures. Deze modellen en procedures zijn in iedere landenunit geïmplementeerd, maar worden tevens gehanteerd voor het risicomanagement op concernniveau. AEGON inventariseert zijn huidige positie voor iedere risicocategorie en meet daarbij de gevoeligheid van de nettowinst en het eigen vermogen voor stochastische en deterministische scenario's. Het management van AEGON gebruikt de op deze wijze verkregen inzichten om de vermogenspositie en de risico’s waaraan de groep blootstaat te managen. De modellen, scenario's en gehanteerde veronderstellingen worden jaarlijks geëvalueerd en zo nodig geactualiseerd.

GEVOELIGHEIDSANALYSE OP NEDERLANDSE WAARDERINGSGRONDSLAGEN
De resultaten van de gevoeligheidsanalyses van AEGON zijn te vinden in dit deel van het jaarverslag. Zij geven aan welke invloed diverse scenario’s hebben op de nettowinst en het eigen vermogen. De gevoeligheidsanalyses zijn uitgevoerd conform Nederlandse waarderingsgrondslagen, zodat een vergelijking kan worden gemaakt met historische financiële gegevens. Sinds 1 januari 2005 worden de Nederlandse grondslagen echter niet langer door AEGON toegepast. In plaats daarvan worden de International Financial Reporting Standards (IFRS) gehanteerd. Aangezien de financiële cijfers van AEGON over 2005 uitsluitend onder IFRS zullen worden opgesteld, is het mogelijk dat de in dit hoofdstuk opgenomen gevoeligheids-analyses andere gevoeligheden blootleggen dan bij toepassing van IFRS. Naar verwachting zal het effect van de verschillen tussen Nederlandse waarderingsgrondslagen en IFRS op risicogevoeligheden het grootst zijn bij wijzigingen in de rentetarieven, bewegingen op de aandelenmarkten en schommelingen in de wisselkoersen.

Maatregelen die in het kader van risicomanagement genomen worden om verliezen op te vangen, blijven in de analyseresultaten buiten beschouwing. Naargelang de bewegingen op de financiële markten kunnen deze maatregelen bestaan uit het afstoten van beleggingen, wijzigen van de samenstelling van de beleggings-portefeuille en aanpassen van de rentetarieven of van het winstaandeel voor polishouders. De resultaten houden evenmin rekening met de samenhang tussen factoren. Ze gaan bovendien uit van ongewijzigde omstandigheden ten aanzien van alle overige activa en passiva. De resultaten van de analyses mogen ook niet worden geëxtrapoleerd voor grotere variaties, aangezien de effecten zelden lineair zijn.

VALUTARISICO
Als internationale onderneming loopt AEGON valutarisico’s. Voorts is er sprake van valutarisico’s bij polissen die in een andere valuta luiden dan de valuta van het land waar de polis wordt verkocht. In Nederland belegt AEGON zijn aandelenportefeuille grotendeels internationaal gespreid en niet uitsluitend in Nederlandse fondsen. Belangen in dochterondernemingen worden in de lokale valuta aangehouden, voor zover eigen vermogen vereist is om aan de wettelijke of zelfopgelegde vermogenseisen te voldoen. Schommelingen in de wisselkoersen kunnen derhalve gevolgen hebben voor het eigen vermogen als gevolg van de omrekening in euro. Het resterende deel van de vermogensbasis van AEGON (risicodragend waardepapier en al dan niet achtergestelde leningen) wordt aangehouden in verschillende valuta in bedragen die zoveel mogelijk overeenkomen met de boekwaarde van de landenunits. Op deze wijze worden de effecten van de valutaomrekening op het eigen vermogen en op de verhouding eigen vermogen/vreemd vermogen afgezwakt. De valutarisico’s in de beleggingsportefeuilles worden beheerd op basis van asset liability matching. AEGON dekt de nettowinsten van de belangrijkste vestigingen buiten de eurozone niet af. De resultaten kunnen derhalve fluctueren als gevolg van de omrekening naar euro. Aangezien AEGON in belangrijke mate actief is in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, zijn de koersschommelingen tussen de Amerikaanse dollar en de euro en tussen het Britse pond en de euro de belangrijkste valutarisico’s. Deze fluctuaties kunnen aanzienlijke invloed hebben op de gerapporteerde nettowinst en
het eigen vermogen van AEGON.

Tabel 1 toont de ontwikkeling van de winst vóór belastingen en het vermogen business units van AEGON over een periode van vijf jaar.

Tabel 1

Winst vóór belastingen
(in miljoenen)
2000 2001 2002 2003 1 2004
AEGON Amerika
(in USD)
2.710 1.507 349 1.425   2.207
AEGON Nederland
(in EUR)
1.946 297 -691 771   720
Verenigd Koninkrijk (in GBP) 219 231 146 120   148
Overige landen (in EUR) 66 70 44 77   123


Vermogen business units
(in miljoenen)

2001 2002 2003   2004
AEGON Amerika
(in USD)
13.920 16.518 17.491   18.132
AEGON Nederland
(in EUR)
3.654 2.605 2.865   3.436
AEGON UK (in GBP) 1.771 2.028 2.173   2.222
Overige landen (in EUR) 374 399 481   592
1 De cijfers over 2003 zijn aangepast als gevolg van de veranderingen in de waarderingsgrondslagen per 1 januari 2004.

Tabel 2 toont de koers van de Amerikaanse dollar en het Britse pond ten opzichte van de euro op
31 december van de afgelopen vijf boekjaren.

Tabel 2

Slotkoersen 2000 2001 2002 2003   2004
USD 0,93 0,88 1,05 1,26   1,36
GBP 0,62 0,61 0,65 0,70   0,71

De gevoeligheidsanalyse in tabel 3 toont het effect op de nettowinst en het eigen vermogen van mutaties in de wisselkoersen van de voor AEGON belangrijkste valuta ten opzichte van de euro.

Tabel 3

GEVOELIGHEIDSANALYSE VAN DE NETTOWINST EN EIGEN VERMOGEN IN RELATIE TOT VALUTAMARKTEN1,2,3

Marktbewegingen Gemiddeld geschat effect op 
nettowinst
Gemiddeld
geschat effect op
eigen vermogen
15% stijging van niet-euro valuta toename van toename van
ten opzichte van de euro. 10% tot 11% 15% tot 16%
15% daling van niet-euro valuta afname van afname van
ten opzicht van de euro 10% tot 11% 15% tot 16%

1 Deze tabel is gebaseerd op Nederlandse waarderingsgrondslagen. De gemelde effecten mogen niet als basis worden gebruikt voor indicaties of voorspellingen van de gevolgen voor de nettowinst en het eigen vermogen in 2005, aangezien met ingang van 1 januari 2005 de nieuwe IFRS-regels worden toegepast. De verschillen tussen de Nederlandse grondslagen en IFRS met betrekking tot risicogevoeligheden doen zich naar verwachting het meest voelen bij wijzigingen van de rentevoet, veranderingen op de aandelenmarkten en gewijzigde wisselkoersverhoudingen.
2 Uitgangspunten: geen wisselwerking tussen markten en risico’s; ongewijzigde situatie voor alle overige activa en passiva; beperkte implementatie van beheersmaatregelen. Alle procentuele wijzigingen hebben betrekking op de nettowinst en het eigen vermogen. De effecten zijn zelden lineair en kunnen derhalve niet geëxtrapoleerd worden voor grotere stijgingen of dalingen.
3 Het effect van de wisselkoersmutaties is weergegeven als een eenmalige stijging of daling van de waarde van de Amerikaanse dollar, het Britse pond en overige valuta’s per ultimo 2004.

RENTERISICO
Op veel van zijn producten loopt AEGON renterisico. In situaties waarbij de kasstromen een voorspelbaar patroon te zien geven, kan dit risico worden verminderd door te beleggen in activa die ge-matched zijn met de verplichtingen, een methode die door AEGON wordt toegepast. Voor sommige producten zijn de uitgaande kasstromen echter niet geheel voorspelbaar. Dit komt doordat het gedrag van polishouders beïnvloed wordt door de rentestanden.

In tijden van snel oplopende rente kunnen stijgingen optreden in polisbeleningen en in afkopen en opzeggingen, hetgeen veelal ook gebeurt. Additionele premiestortingen kunnen dalen omdat polishouders de voorkeur geven aan beleggingen waarvan zij een hoger rendement verwachten. Deze situatie kan leiden tot een uitgaande geldstroom, die het noodzakelijk maakt beleggingen te gelde te maken op een moment dat de waarde van die beleggingen de nadelige effecten ondervindt van de gestegen marktrente. Dit kan aanleiding geven tot gerealiseerde verliezen op beleggingen. Deze betalingen aan polishouders resulteren in een vermindering van het totaal aan beleggingen en van de nettowinst. Als gevolg van voortijdige opzeggingen kan AEGON zich ook genoodzaakt zien om versneld af te schrijven op overlopende acquisitiekosten, hetgeen eveneens een drukkend effect heeft op de nettowinst.

Omgekeerd kunnen levensverzekerings- en annuitiy-producten in tijden van aanhoudend lage rente relatief aantrekkelijk zijn voor klanten, hetgeen resulteert in hogere premiebetalingen voor producten met variabele premies en een hoger percentage aan verzekeringscontracten dat jaarlijks in stand blijft. In een dergelijke periode kunnen de beleggingsresultaten onder druk komen te staan, aangezien de rentebaten op nieuwe vastrentende beleggingen waarschijnlijk parallel aan de ontwikkeling van de marktrente zullen afnemen. Daarnaast ligt het voor de hand dat hypotheken en aflosbare obligaties, die onderdeel vormen van de beleggingsportefeuille, worden afgelost omdat geldnemers tegen een lagere rente zullen trachten te lenen, waardoor AEGON zich mogelijk genoodzaakt ziet om de opbrengsten te herbeleggen in effecten met een lager rendement. Bij een lage rente kan het voorts zo zijn dat AEGON als gevolg van de gegarandeerde minimumrente op deze polissen niet in staat is om een dusdanige lage rente op deze polissen te verstrekken dat de marge intact blijft. In tijden van aanhoudend lage rente kan de nettowinst derhalve afnemen als gevolg van de krappere marges tussen de rentepercentages die aan verzekeringnemers worden vergoed of de rente die het uitgangspunt vormt voor de technische voorzieningen enerzijds en het rendement op de beleggingsportefeuille anderzijds.

De vastrentende beleggingsportefeuilles voor algemene rekening van AEGON USA en AEGON Nederland vormden 96% van de totale vastrentende beleggingsportefeuille voor algemene rekening van de AEGON Groep ultimo 2004. AEGON USA en AEGON Nederland managen hun duration mismatch op basis van de verwachtingen omtrent de toekomstige rentestanden. De overige landenunits streven er momenteel naar om de duration van hun beleggingen ongeveer gelijk te houden aan de duration van hun verplichtingen. Naast point-in-time metingen van de duration wordt gebruikgemaakt van deterministische en stochastische scenario's om het renterisico te meten en te managen. Veranderingen in het gedrag van polishouders worden daarin meegenomen. Deze modellen worden door alle landenunits gebruikt en daarna op groepsniveau getotaliseerd.

Voor AEGON USA ligt de gemiddelde duration van de beleggingen rond de 4,3 jaar. Deze relatief korte duration in verhouding tot het langetermijnkarakter van de meeste activiteiten van AEGON USA wordt veroorzaakt door het asset liability management dat in de Verenigde Staten voor institutionele producten (GICs en financieringsovereenkomsten) wordt toegepast. Zowel beleggingen als verplichtingen voor deze categorie worden ge-managed op basis van kortlopende rentevoeten, waarbij intensief gebruik wordt gemaakt van renteswaps. Het gevolg hiervan is dat deze beleggingen en verplichtingen, die iets meer dan een kwart vormen van de totale beleggingen en verplichtingen voor algemene rekening van AEGON USA, een effectieve duration hebben van bijna twee maanden. Voor AEGON Nederland bedraagt de gemiddelde duration van beleggingen circa 6,9 jaar. Voor AEGON USA en AEGON Nederland samen bedroeg het verschil in duration, gewogen op basis van marktwaarde, ultimo 2004 ongeveer minus 1,0 jaar (duration van de beleggingen is korter dan de duration van de verzekeringsverplichtingen).


Tabel 4

2000 2001 2002 2003   2004
3 maands VS Libor 6,40% 1,88% 1,38% 1,15%   2,56%
3 maands Euribor 4,86% 3,29% 2,87% 2,12%   2,16%
10-jaars VS Treasury  5,10% 5,04% 3,82% 4,25%   4,22%
0-jaars Nederlandse
staatsleningen
4,99% 5,11% 4,23% 4,29%   3,68%

De gevoeligheidsanalyse in tabel 5 toont het geschatte effect van mutaties in de rentetarieven op de nettowinst en het eigen vermogen.

Tabel 5

GEVOELIGHEIDSANALYSE VAN NETTOWINST IN RELATIE TOT RENTETARIEVEN1,2,3

Parallelle beweging van rentecurve Gemiddeld geschat effect
op nettowinst
Gemiddeld geschat effect
op eigen vermogen
100 basispunten omhoog EUR -60 miljoen EUR -60 miljoen
200 basispunten omhoog EUR -248 miljoen EUR -248 miljoen
100 basispunten omlaag EUR -40 miljoen EUR -40 miljoen
200 basispunten omlaag EUR -65 miljoen EUR -65 miljoen

1 Deze tabel is gebaseerd op Nederlandse waarderingsgrondslagen. De gemelde effecten mogen niet als basis worden gebruikt voor indicaties of voorspellingen van de gevolgen voor de nettowinst en het eigen vermogen in 2005, aangezien met ingang van 1 januari 2005 de nieuwe IFRS-regels worden toegepast. De verschillen tussen de Nederlandse grondslagen en IFRS met betrekking tot risicogevoeligheden doen zich naar verwachting het meest voelen bij wijzigingen van de rentevoet, veranderingen op de aandelenmarkten en gewijzigde wisselkoersverhoudingen.
2 Uitgangspunten: geen wisselwerking tussen markten en risico’s; ongewijzigde situatie voor alle overige activa en passiva; beperkte implementatie van beheersmaatregelen. Alle procentuele wijzigingen hebben betrekking op de nettowinst en het eigen vermogen. De effecten zijn zelden lineair en kunnen derhalve niet geëxtrapoleerd worden voor grotere stijgingen of dalingen.
3 Het effect van de rentebewegingen is weergegeven als het effect van een eenmalige opwaartse of neerwaartse parallelle verandering in alle rendementscurves op 1 januari 2005.

Het asymmetrische effect van een plotselinge rentestijging of rentedaling met 1% of 2% hangt nauw samen met het renterisico van AEGON USA. Een plotselinge stijging met 1% of 2% heeft naar verwachting een negatief effect op de winst, met name als gevolg van een verwachte plotselinge toename van het aantal afkopen van vaste annuities. Een plotselinge daling met 1% of 2% heeft naar verwachting eveneens een negatief effect door een verkrapping van de rentemarges. Een geleidelijke stijging van de rente zou een aanmerkelijk gunstiger effect hebben op de winst. Vergelijkbare gevoeligheidscijfers gelden voor het effect op het eigen vermogen. Dit betekent dat de nettowinst in een periode van aanhoudend lage rentetarieven wellicht daalt als gevolg van de krappere marges tussen de rentepercentages die aan verzekeringnemers worden vergoed of de rente die het uitgangspunt vormt voor de technische voorzieningen enerzijds en het rendement op de beleggingsportefeuille anderzijds.

KREDIETRISICO
Wanneer polishouders premies betalen en andere stortingen doen, worden deze bedragen belegd ter financiering van de toekomstige verplichtingen aan polishouders. Voor het merendeel van de producten voor algemene rekening draagt AEGON veelal het beleggingsrisico, bestaande uit betaling van de hoofdsom en rente. AEGON loopt kredietrisico op de beleggingen in vastrentende waarden voor algemene rekening (obligaties, hypotheken en leningen op schuldbekentenis), over-the-counter derivaten en herverzekeringscontracten. Sommige emittenten komen hun financiële verplichtingen niet na. Dit kan diverse oorzaken hebben, zoals een faillissement, liquiditeitstekort, economische recessie, waardedaling van onroerend goed, bedrijfsverliezen of fraude. In het verleden heeft het slechte beleggings- en economische klimaat op de belangrijkste markten van AEGON geleid tot aanzienlijke afboekingen van beleggingen als gevolg van wanbetaling en de algehele neergang van de aandelenmarkten. Hoewel in 2004 slechts sprake was van een bescheiden aantal wanbetalingen, kan een terugkeer naar een periode van excessieve wanbetalingen een sterk negatief effect hebben op de bedrijfsvoering, operationele resultaten en vermogenspositie van AEGON. Ditzelfde geldt voor overige waardedalingen van effecten en leningen.
 AEGON bewaakt het kredietrisico per tegenpartij, bedrijfssector en beleggingscategorie. Daarbij worden deterministische en stochastische kredietrisicomodellen gehanteerd ter beoordeling van het risicoprofiel en de daaruit voortvloeiende gevolgen voor de winst en het eigen vermogen in diverse kredietscenario’s.

Tabel 6 toont per beoordelingscategorie de beleggingsportefeuilles voor algemene rekening van de belangrijkste landenunits van AEGON.

Tabel 6

VASTRENTENDE WAARDEN ALGEMENE REKENING (in miljoenen)

Categorie AEGON
Amerika
(in USD)
AEGON
NEDERLAND
(in EUR)
AEGON
UK
(in GBP)
OVERIGE
LANDEN
(in EUR)
  TOTAAL
(in EUR)
Staatspapier 8.814 6.137 233 1.529   14.468
Hoogste kwaliteit (AAA) 17.748 946 245 137   14.460
Hoge kwaliteit (AA) 8.114 668 197 285   7.189
Goede kwaliteit (A) 31.674 1.180 903 429   26.145
Goede kwaliteit (BBB) 29.661 768 145 31   22.781
Hoogrentend (BB and lower) 7.088 97 0 6   5.307
Hypothecaire leningen 14.395 3.782 0 7   14.357
Overige 2.647 418 1 54   2.416
Totale beleggingen vastrentende waarden 120.141 13.996 1.724 2.478   107.123


De landenunits hanteren specifieke richtlijnen voor het vaststellen van een aanvaardbaar niveau van kredietrisico en treffen voorzieningen voor verliezen als gevolg van wanbetaling. AEGON houdt op groepsniveau toezicht op de totale risicopositie van de landenunits jegens tegenpartijen. Daartoe worden de kredietposities van alle landenunits samengevoegd om het totale kredietrisico te kunnen vaststellen. Ter beheersing van het kredietrisico hanteert AEGON per tegenpartij een kredietlimiet die op alle kredietrisico´s van toepassing is. Per tegenpartij worden alle kredietrisico’s opgeteld en vervolgens afgezet tegen de kredietlimieten van de landenunits en de kredietlimieten op groepsniveau.

De limieten op groepsniveau staan vermeld in tabel 7.

Tabel 7

KREDIETLIMIETEN PER TEGENPARTIJ OP GROEPSNIVEAU1
(in miljoenen EUR)

Kredietbeoordeling Limiet
AAA 1000
AA 1000
A 750
BBB 500
BB 250
B 125
CCC of lager 50

1 De rating voor vastrentende leningen van de uitgevende instelling wordt gehanteerd bij toepassing van de kredietlimiet per tegenpartij.

Indien een verlaging van de kredietbeoordeling tot gevolg heeft dat het kredietrisico de vastgestelde limiet overschrijdt, moet dit risico — zodra dit praktisch uitvoerbaar is — worden teruggebracht binnen de vastgestelde limiet. De limieten zijn afhankelijk van de kwaliteit van het betreffende waardepapier. In alle gevallen geldt dat van deze limieten uitsluitend mag worden afgeweken na uitdrukkelijke, voorafgaande goedkeuring van het hoger management van AEGON.

Als onderdeel van de normale bedrijfsvoering houdt AEGON voorzieningen voor kredietrisico’s aan. In de loop van 2004 heeft AEGON een bedrag van EUR 195 miljoen aan de voorzieningen voor kredietrisico’s toegevoegd, terwijl een bedrag van EUR 167 ten laste van deze voorzieningen is gebracht uit hoofde van wanbetalingen. Overige mutaties hadden een positief effect van EUR 53 miljoen op de voorziening. Dit resulteerde ultimo 2004 in een saldo van EUR 341 miljoen (2003: EUR 260 miljoen).

BEURSRISICO’S EN OVERIGE RISICO’S
De fluctuaties op de aandelen-, vastgoed- en kapitaalmarkten hebben in het verleden nadelige gevolgen gehad voor de winstgevendheid en de vermogenspositie van AEGON en voor de verkoop van aan aandelen gerelateerde producten. Ook in de toekomst kan dit het geval zijn. Risico’s ten aanzien van de aandelen-, vastgoed- en kapitaalmarkten doen zich voor bij zowel de activa als de passiva. Bij de activa is sprake van risico als gevolg van de directe beleggingen in aandelen, waarbij de gevolgen van de volatiliteit van het rendement en het beleggingsresultaat (bijna) geheel voor rekening van AEGON komen. Afgezien van de algemene economische neergang hebben ook terreuraanslagen gezorgd voor een sterke daling van de waarde van aandelen waarin AEGON belegt en deze situatie kan voortduren.

Aan de passiefzijde worden risico’s gelopen bij aan aandelen gerelateerde producten waarbij gelden worden belegd in door de polishouder te selecteren fondsen en waarbij het risico grotendeels voor rekening van de polishouder blijft. Tot deze producten behoren variabele annuities, variable universal life verzekeringen, beleggingsfondsen en aan beleggingsfondsen gekoppelde producten. AEGON ontvangt doorgaans een vergoeding over het beleggingssaldo van deze producten en loopt dus risico ten aanzien van het beleggingsresultaat. Sommige producten van AEGON bieden een minimumrendement of garanties afhankelijk van het in leven zijn van de polishouder of het in stand blijven van de polis. AEGON loopt risico wanneer het beursrendement beneden dit garantieniveau blijft, waardoor wellicht extra voorzieningen getroffen moeten worden ten behoeve van de gegarandeerde toekomstige uitkeringen. AEGON loopt eveneens risico indien het rendement onvoldoende is om de overlopende acquisitiekosten af te schrijven. In bepaalde situaties kan het nodig zijn dat AEGON versneld op de overlopende acquisitiekosten moet afschrijven en extra voorzieningen moet treffen voor de gegarandeerde minimumuitkeringen, hetgeen een vermindering betekent van de nettowinst en het eigen vermogen. Bovendien is het mogelijk dat sommige spaar- en beleggingsproducten van AEGON onder invloed van fluctuerende aandelenkoersen of een slecht beursklimaat fors aan populariteit gaan inboeten, hetgeen tot een lagere productie en winst leidt.

Tabel 8 toont de aandelenbeleggingen voor algemene rekening van AEGON.

Tabel 8

AANDELEN, VASTGOED EN OVERIGE NIET-VASTRENTENDE WAARDEN ALGEMENE REKENING
(in miljoenen) 

ACTIVA AEGON
AMERIKA
(in USD)
AEGON
NEDERLAND
(in EUR)
AEGON
UK
(in GBP)
OVERIGE
LANDEN
(in EUR)
  TOTAAL
(in EUR)
Aandelenfondsen 546 317 41 3   779
Gewone aandelen1 629 2.541 15 30   3.054
Preferente aandelen 709 779 0 9   1.309
Vastgoed 783 1.675 0 50   2.300
Hedge-fondsen 1.481 223 0 0   1.310
Kredietbeleggingsstrategieën 306 0 0 0   225
Totale positie in aandelen, vastgoed en overige niet-vastrentende waarden 4.455 5.534 56 92   8.977


Tabel 9 geeft de jaareinde stand van enkele belangrijke beursindices.

Ultimo 2000 2001 2002 2003   2004
S&P 500 1.320 1.148 880 1.112   1.112
Nasdaq 2.471 1.950 1.336 2.003   2.175
FTSE 100 6.222 5.217 3.940 4.477   4.814
AEX 638 507 323 338   348

De aandelen-, vastgoed- en overige niet-vastrentende portefeuilles voor algemene rekening van AEGON USA en AEGON Nederland vertegenwoordigen 98% van de totale aandelen-, vastgoed- en overige niet-vastrentende portefeuilles voor algemene rekening van de AEGON Groep. Van alle landenunits belegt AEGON Nederland het meest in aandelen, niet alleen in absolute bedragen maar ook als percentage van de totale beleggingen voor algemene rekening. De aandelenportefeuille van AEGON Nederland is gediversificeerd en wereldwijd gespreid en bevat ook zogeheten 5%-belangen in Nederlandse ondernemingen, waaronder niet-aflosbare preferente aandelen.

Het eigen vermogen van AEGON wordt direct beïnvloed door schommelingen op de aandelen- en vastgoedmarkten. Met ingang van 2004 hanteert AEGON niet langer de indirecte opbrengstmethode. In plaats daarvan worden gerealiseerde winsten en verliezen op aandelen en vastgoed ten gunste of ten laste gebracht van de winst- en verliesrekening. Het is mogelijk dat de nettowinst als gevolg hiervan gevoeliger wordt voor schommelingen op de aandelen- en vastgoedmarkten. Bovendien wordt de nettowinst beïnvloed door de hoogte van de beheervergoedingen op beleggingen voor rekening van polishouders, de afschrijvingen op overlopende acquisitiekosten en toevoegingen aan de voorzieningen voor gegarandeerde minimumuitkeringen.

Tabel 10 toont de gevoeligheid van de nettowinst en het eigen vermogen voor bewegingen op de aandelen- en vastgoedmarkten. De gevoeligheid van het eigen vermogen en de nettowinst in relatie tot de aandelen- en vastgoedmarkten houdt verband met veranderingen in de marktwaarde van de portefeuilles van AEGON, veranderingen in de afschrijvingen op overlopende acquisitiekosten, pensioenbijdragen ten behoeve van AEGON medewerkers en waar nodig toevoegingen aan de voorzieningen voor gegarandeerde minimumuitkeringen. De belangrijkste reden voor het niet-lineair zijn van de resultaten is dat een sterkere daling kan leiden tot extra afschrijvingen op overlopende acquisitiekosten en tot extra toevoegingen aan de voorzieningen voor gegarandeerde minimumuitkeringen. Een minder sterke daling heeft dat effect wellicht niet.

Tabel 10

GEVOELIGHEID VAN DE NETTOWINST EN HET EIGEN VERMOGEN IN RELATIE TOT AANDELEN- EN VASTGOEDMARKTEN 1,2,3

Plotselinge wijziging

Gemiddeld geschat effect
op nettowinst

Gemiddeld geschat effect
op eigen vermogen

Stijging aandelen 10%

EUR 126 miljoen

EUR 371 miljoen

Daling aandelen 10%

EUR -96 miljoen

EUR -341 miljoen

Daling aandelen 20%

EUR -287 miljoen

EUR -693 miljoen

Stijging vastgoed 10%

EUR     0 miljoen

EUR 176 miljoen

Daling vastgoed 10%

EUR -15 miljoen

EUR -176 miljoen

Stijging vastgoed 20%

EUR -43 miljoen

EUR -352 miljoen


1 Deze tabel is gebaseerd op Nederlandse waarderingsgrondslagen. De gemelde effecten mogen niet als basis worden gebruikt voor indicaties of voorspellingen van de gevolgen voor de nettowinst en het eigen vermogen in 2005, aangezien met ingang van 1 januari 2005 de nieuwe IFRS-regels worden toegepast. De verschillen tussen de Nederlandse grondslagen en IFRS met betrekking tot risicogevoeligheden doen zich naar verwachting het meest voelen bij wijzigingen van de rentevoet, veranderingen op de aandelenmarkten en gewijzigde wisselkoersverhoudingen.
2 Uitgangspunten: geen wisselwerking tussen markten en risico’s; ongewijzigde situatie voor alle overige activa en passiva; beperkte implementatie van beheersmaatregelen.
Alle procentuele wijzigingen hebben betrekking op de nettowinst en het eigen vermogen. De effecten zijn zelden lineair en kunnen derhalve niet geëxtrapoleerd worden voor grotere stijgingen of dalingen. Het geschatte effect op het nettovermogen is exclusief het effect op de nettowinst, dat afzonderlijk in de tabel wordt vermeld.
3

Het effect van bewegingen op de aandelen- en vastgoedmarkten is weergegeven als een eenmalige stijging of daling van de wereldwijde aandelen- en vastgoedmarkten per 31 december 2004. 

DERIVATENRISICO
AEGON heeft te maken met valutaschommelingen, veranderingen in de marktwaarde van zijn beleggingen, de gevolgen van wijzigingen in de rentemarges en credit spreads en veranderingen in sterftecijfers en het langlevenrisico. AEGON maakt gebruik van gangbare financiële derivaten, zoals renteswaps, opties, futures en valutacontracten, om risico’s met betrekking tot beleggingen voor algemene rekening enerzijds en leningen anderzijds af te dekken. Het is mogelijk dat niet alle risico’s waaraan AEGON blootstaat, in voldoende mate door middel van derivaten te managen zijn. Daarnaast bestaat de kans dat de wederpartij bij een derivatencontract de verplichtingen jegens AEGON niet nakomt. Beide situaties kunnen aanzienlijke nadelige gevolgen hebben voor de bedrijfsvoering, de operationele resultaten en de vermogenspositie
van AEGON.

LIQUIDITEITSRISICO
Liquiditeitsrisico’s zijn inherent aan een groot deel van de activiteiten van AEGON. Alle beleggingen die worden aangekocht en alle verplichtingen die verkocht worden, hebben hun eigen unieke liquiditeitskenmerken. Sommige verplichtingen zijn opeisbaar, terwijl sommige activa weinig liquide zijn, zoals onderhandse leningen, hypothecaire leningen, vastgoed en belangen in limited partnerships. Mocht AEGON op korte termijn een meer dan normale behoefte hebben aan liquide middelen, dan kan het problematisch zijn om deze beleggingen tegen een aantrekkelijke prijs en/of tijdig van de hand te doen.

VERZEKERINGSRISICO
De resultaten van AEGON zijn grotendeels afhankelijk van de mate waarin de werkelijke uitkeringen in overeenstemming zijn met de uitgangspunten die bij de prijsstelling van producten en bij het bepalen van de hoogte van de technische voorzieningen en de aansprakelijkheid op schadevergoeding zijn gehanteerd. Naarmate de werkelijke resultaten minder gunstig zijn dan werd aangenomen bij het bepalen van die verplichtingen, kan dat de winst drukken. Indien structureel sprake is van hogere uitkeringen, kan AEGON zich bovendien genoodzaakt zien om de voorzieningen naar boven bij te stellen, hetgeen het resultaat verder drukt. Daarnaast zijn bepaalde acquisitiekosten met betrekking tot de verkoop van nieuwe polissen en de verwerving van bestaande polissen geactiveerd op de balans. Deze kosten worden over een periode van een aantal jaren afgeschreven ten laste van het resultaat. Indien de veronderstellingen betreffende het toekomstige winstpotentieel van deze polissen (zoals toekomstige uitkeringen, beleggingswinst en kosten) onjuist blijken te zijn, moeten deze kosten wellicht versneld worden afgeschreven, aangezien er onvoldoende baten tegenover staan. Dit kan een sterk negatief effect hebben op de bedrijfsvoering, de operationele resultaten en de vermogenspositie van AEGON.

Verzekeringsrisico’s houden onder meer verband met polisafkopen, polisuitkeringen, bijvoorbeeld ingeval van overlijden, en poliskosten. In het algemeen loopt AEGON risico wanneer het aantal polisafkopen toeneemt, omdat het voor AEGON niet altijd mogelijk is om de afsluitkosten bij de verkoop van een product volledig terug te verdienen, ondanks de in rekening gebrachte commissie en afkoopkosten of afkoopvergoedingen. Wat het overlijdensrisico betreft, wordt op bepaalde producten van AEGON risico gelopen als het sterftecijfer toeneemt, zoals overlijdensrisicoverzekeringen, en wordt op bepaalde producten risico gelopen als het sterftecijfer afneemt, zoals annuity-producten. AEGON loopt tevens risico wanneer de kosten hoger zijn dan door het management werd aangenomen.

De diverse verzekeringsrisico’s worden actief door AEGON bewaakt en beheerd. Ingeval de werkelijke resultaten opmerkelijk afwijken van de prognoses worden mutaties in de winst en reserves geanalyseerd aan de hand van de attributiemethode om inzicht te verkrijgen in de achterliggende oorzaken. Voorts worden door de landenunits van AEGON ervaringsstudies gedaan naar de veronderstelingen voor verzekerings-risico’s, waarbij de ervaringen van AEGON vergeleken worden met die binnen de branche en de ervaringen van beide op basis van de historische achtergrond van de betreffende oorzaak gecombineerd en gewogen worden om tot goede veronderstelingen te komen. Wanneer de poliskosten voor bepaalde producten flexibel zijn, gebruikt AEGON deze analyses als basis voor kostenaanpassingen, waarbij getracht wordt rekening te houden met de belangen van zowel de polishouders als de aandeelhouders. Bovendien is
het voor AEGON mogelijk om het kostenniveau te drukken, zodat ongunstige kostenafwijkingen gecompenseerd worden.

Tabel 11 toont de gevoeligheid van de nettowinst en het eigen vermogen voor diverse verzekeringsrisico’s.

Tabel 11

GEVOELIGHEID VAN DE NETTOWINST EN HET EIGEN VERMOGEN IN RELATIE TOT VERZEKERINGSRISICO’S1,2,3

Gevoeligheid voor verzekeringsrisico

Gemiddeld geschat effect
op nettowinst

Gemiddeld geschat effect
op nettowinst

Stijging afkopen 20%

EUR -62 miljoen

EUR -62 miljoen

Stijging sterftecijfer 20%

EUR -58 miljoen

EUR -58 miljoen

Daling sterftecijfer 10%

EUR 59 miljoen

EUR 59 miljoen

Kostenstijging 10%

EUR -95 miljoen

EUR -95 miljoen

1 Deze tabel is gebaseerd op Nederlandse waarderingsgrondslagen. De gemelde effecten mogen niet als basis worden gebruikt voor indicaties of voorspellingen van de gevolgen voor de nettowinst en het eigen vermogen in 2005, aangezien met ingang van 1 januari 2005 de nieuwe IFRS-regels worden toegepast.
2 Uitgangspunten: geen wisselwerking tussen markten en risico’s; ongewijzigde situatie voor alle overige activa en passiva; beperkte implementatie van beheersmaatregelen. Alle procentuele wijzigingen hebben betrekking op de nettowinst en het eigen vermogen. De effecten zijn zelden lineair en kunnen derhalve niet geëxtrapoleerd worden voor grotere stijgingen of dalingen. 
2 Het uitgangspunt bij de sterftegevoeligheid is dat het sterftecijfer voor alle producten tegelijkertijd toeneemt of afneemt, ongeacht of op een product winst of verlies wordt gerealiseerd bij een bepaalde ontwikkeling in de sterftecijfers.  

NIEUWE PRODUCTEN
Ongeacht of bepaalde producten al dan niet geschikt zijn voor klanten van AEGON en ongeacht of de door AEGON en/of tussenpersonen verstrekte productinformatie al dan niet juist is, kan AEGON te maken krijgen met schadeclaims van klanten en met negatieve publiciteit wanneer die producten tot verliezen leiden of niet het verwachte rendement opleveren. De kans op schadeclaims is wellicht het grootst bij nieuwe producten, die nog niet zo goed doorgrond worden en slechts een korte historische rendementsontwikkeling hebben. Schadeclaims kunnen een belangrijk negatief effect hebben op de bedrijfsvoering, de reputatie en de vermogenspositie van AEGON.

WIJZIGINGEN IN DE BELASTINGWETGEVING
Verzekeringsproducten bieden bepaalde fiscale voordelen, met name in de Verenigde Staten en Nederland, waar de belastingheffing over lijfrente- en levensverzekeringspremies en het daarmee opgebouwde kapitaal onder bepaalde voorwaarden en binnen bepaalde grenzen wordt uitgesteld. Als er al belasting over het opgebouwde kapitaal betaald moet worden, gebeurt dit pas op het moment dat het kapitaal tot uitkering komt. Het Amerikaanse Congres heeft herhaaldelijk wettelijke maatregelen overwogen om het uitstellen van belastingheffing op de waardegroei van bepaalde annuity-  en levenproducten af te schaffen. Verder heeft het Amerikaanse Congres in 2001 de successierechten verlaagd; over de mogelijkheid van volledige afschaffing van successierechten wordt nog steeds gediscussieerd, hetgeen van invloed kan zijn op (de verkoop van) verzekeringsproducten in de Verenigde Staten.

Door recente wijzigingen in de Nederlandse fiscale wetgeving zijn bepaalde levenproducten van AEGON voor particulieren minder aantrekkelijk geworden. Het huidige kabinet heeft aangegeven dat nadere fiscale wijzigingen worden overwogen waardoor de fiscale voordelen van een aantal AEGON producten, waaronder bedrijfsspaarregelingen, zouden komen te vervallen. Wijzigingen in de Amerikaanse of de Nederlandse fiscale wetgeving waardoor producten van AEGON getroffen worden, kunnen een sterk nadelig effect hebben op de bedrijfsvoering, de operationele resultaten en de vermogenspositie van AEGON.

OVERIGE RISICO’S
RATINGS
Ratings die een beoordeling geven voor het vermogen om claims uit te keren en financiële kracht, zijn medebepalend voor de concurrentiepositie van verzekeraars. Een (potentiële) verlaging van de rating van AEGON of van een dochtermaatschappij kan onder meer leiden tot een sterke stijging van het aantal polisafkopen en opzeggingen door verzekeringnemers. Om de contante uitkeringen te financieren die daaruit voortvloeien, zullen beleggingen moeten worden verkocht, met inbegrip van niet-liquide beleggingen, en wellicht tegen zodanige prijzen dat beleggingsverliezen worden geleden. Als gevolg van deze contante uitkeringen aan verzekeringsnemers zullen zowel het totaal belegde vermogen als de nettowinst afnemen. Een ander gevolg van deze polisafkopen is dat AEGON zich wellicht genoodzaakt zal zien om versneld op de acquisitiekosten af te schrijven, waardoor de nettowinst verder daalt.

Bovendien kan een (potentiële) verlaging van de rating een negatief effect hebben op de relaties met broker-dealers, banken, agenten en andere distributeurs van producten en diensten van AEGON. Dit kan dan leiden tot lagere (toekomstige) verkopen en een vermindering van AEGON’s concurrentievermogen, hetgeen een sterk negatief effect kan hebben op de bedrijfsvoering, de oprationele resultaten en de vermogenspositie. Een verlaging kan tevens leiden tot verhoogde financieringslasten.

In 2004 handhaafde Standard & Poor’s (S&P) de rating van de kredietwaardigheid van de tegenpartij bij obligaties van AEGON op A+ met stable outlook. Moody’s handhaafde de beoordeling van de niet door zekerheden gedekte obligaties van AEGON op A2 en wijzigde de negative outlook in stable. In juli 2004 heeft S&P de outlook van Scottish Equitable’s AA rating gewijzigd van negative in stable.

In tabel 12 is een overzicht opgenomen van de ratings en de outlook van S&P en Moody’s ten aanzien van de financiële kracht van de verzekeringsbedrijven.


Tabel 12

RATINGS
  S & P rating S & P outlook Moody's rating Moody's outlook
AEGON USA AA Stable Aa3 Stable
AEGON The Nederland AA Stable Niet beoordeeld Niet beoordeeld
Scottish Equitable AA Stable A1 Stable

INFORMATIETECHNOLOGIE
Hoewel IT-systemen en processen specifiek bedoeld zijn voor het verwerken van ingewikkelde transacties en zodanig ontworpen zijn dat systeemstoringen, fraude, beveiligingslekken, verwerkingsfouten en overtredingen van wet- en regelgeving zoveel mogelijk worden beperkt, kunnen fouten of storingen een sterk negatief effect hebben op de operationele resultaten en de reputatie van AEGON.

RAMPEN
Natuurrampen, terrorisme en brand kunnen een onderbreking van de activiteiten van AEGON tot gevolg hebben, grote schade veroorzaken aan gebouwen en apparatuur en leiden tot belangrijke personele verliezen en vernietiging van bedrijfs- en klantgegevens. Indien in de bedrijfscontinuïteitsplannen van AEGON onvoldoende rekening wordt gehouden met een dergelijke situatie, kan dit langdurig nadelige gevolgen hebben voor de bedrijfsvoering, de operationele resultaten, de reputatie en de vermogenspositie van AEGON.

WIJZIGINGEN IN WET- EN REGELGEVING
In alle landen waar de onderneming actief is, zijn de verzekeringsactiviteiten van AEGON onderhevig aan uitgebreide regelgeving en toezicht. Het primaire doel van deze regelgeving is bescherming te bieden aan polishouders, niet aan de houders van AEGON waardepapier. Wijzigingen in de huidige wet- en regelgeving op het gebied van verzekeringen kunnen van invloed zijn op de producten en bedrijfsvoering van AEGON. Bovendien kunnen veranderingen in de regelgeving op het gebied van pensioenen, arbeidsvoorwaarden, sociale zekerheid, financiële dienstverlening, belastingen, aandelenproducten en transacties negatieve gevolgen hebben op AEGON’s mogelijkheid om nieuwe polissen te verkopen en op de uitkering op bestaande polissen. Ook kan nieuwe wet- en regelgeving op het gebied van verzekeringen in de toekomst meer restrictief zijn, of tot hogere kosten leiden, dan onder de huidige regels het geval is.

JURIDISCHE PROCEDURES
AEGON loopt risico’s als gevolg van juridische procedures en van onderzoeken en maatregelen door toezichthouders in verband met de activiteiten van AEGON als verzekeraar, emittent, werkgever, beleggingsadviseur, belegger en belastingbetaler. Het is moeilijk om de gevolgen van een rechtszaak (met inbegrip van zogeheten class actions en door toezichthouders te nemen maatregelen) in te schatten of te kwantificeren. De gevorderde schade kan zeer hoog zijn. Ook kan het lang duren voordat een procedure wordt ingesteld en kan de omvang van de procedure gedurende lange tijd onbekend blijven. Een forse schadeveroordeling of een zware maatregel door toezichthoudende instanties kan ernstige gevolgen hebben voor de bedrijfsvoering, de operationele resultaten en de vermogenspositie van AEGON.

WIJZIGINGEN IN DE WAARDERINGSGRONDSLAGEN
De jaarrekening van AEGON over 2004 is opgesteld conform Nederlandse waarderingsgrondslagen. Een wijziging in deze waarderingsgrondslagen, zoals de overgang naar IFRS op 1 januari 2005, kan belangrijke gevolgen hebben voor de gerapporteerde resultaten, de vermogenspositie en het eigen vermogen van AEGON, waaronder begrepen de omvang en de volatiliteit van de gerapporteerde resultaten en van het eigen vermogen.

LIQUIDITEIT EN VERMOGENSSTRUCTUUR
ALGEMEEN
De AEGON Groep beheert de vermogensstructuur van de onderneming op diverse niveaus binnen de organisatie. Het belangrijkste uitgangspunt vormt daarbij het beheer van de solvabiliteitsniveaus van de werkmaatschappijen naar maatstaven die in overeenstemming zijn met een solide vermogensstructuur, binnen vastgestelde bandbreedtes voor het schuldniveau.

SOLVABILITEIT
AEGON beheert zijn solvabiliteit op het niveau van de landenunits en van de bedrijfsonderdelen. De doelstelling is om de omvang van het eigen vermogen minstens te laten voldoen aan de strengste van de drie volgende normen: de lokale wet- en regelgeving, 165% van het desbetreffende lokale solvabiliteitsmodel van Standard & Poor’s of de intern gehanteerde vermogenseisen. Gedurende 2004 bleef de solvabiliteit van de bedrijfsonderdelen op een hoog niveau en beschikten deze zonder uitzondering over een solvabiliteit die voldoet aan deze eisen. Ultimo 2004 bedroeg de solvabiliteit van de Amerikaanse bedrijfsonderdelen 370% van het door de National Association of Insurance Commissioners gestelde minimumeis.

VERMOGENSBASIS
AEGON hanteert bepaalde bandbreedtes ten aanzien van het schuldniveau in de vermogensbasis. De vermogensbasis is het kapitaal waarmee de kernactiviteiten worden gefinancierd. De vermogensbasis bestaat uit eigen vermogen, risicodragend waardepapier en (achtergestelde) leningen. AEGON hanteert als doelstelling een vermogensbasis welke voor ten minste 70% bestaat uit eigen vermogen, minimaal 5% risicodragend waardepapier en maximaal 25% (achtergestelde) leningen. Ultimo 2004 was het schuldniveau van AEGON binnen deze bandbreedte. Het eigen vermogen vertegenwoordigde 72% van de vermogensbasis, (achtergestelde) leningen 12% en risicodragend waardepapier 16%. In de tweede helft van 2004 heeft AEGON N.V. Junior Perpetual Capital Securities uitgegeven in afzonderlijke tranches van EUR 950 miljoen en USD 500 miljoen ter herfinanciering van schuld en ter versterking van de vermogensbasis. De ratio eigen vermogen/vermogensbasis blijft stabiel en lag gedurende de verslagperiode ongeveer op hetzelfde niveau.

De vermogensbasis van AEGON kan in de toekomst de gevolgen ondervinden van nieuwe eisen die voortvloeien uit de huidige wetgeving in Nederland. Ingevolge de IFRS-grondslagen verandert de samenstelling van het gerapporteerde eigen vermogen en zal het eigen vermogen ook meer fluctueren. AEGON zal de ontwikkeling van de vermogensratio’s onder IFRS nauwlettend volgen en de gehanteerde definities zo nodig herzien om binnen de historische bandbreedtes te blijven, zodat ook in de toekomst sprake is van een hoge solvabiliteit.

EIGEN VERMOGEN
Het eigen vermogen bedroeg op 31 december 2004 EUR 14.413 miljoen tegen EUR 13.947 miljoen ultimo 2003. Deze stijging van EUR 466 miljoen is grotendeels een gevolg van de nettowinst van EUR 1.663 miljoen, deels teniet gedaan door onder andere koersverschillen ten bedrage van EUR 775 miljoen en dividend in contanten van EUR 351 miljoen.

LIQUIDITEIT EN FINANCIERING MET VREEMD VERMOGEN
Uitgangspunt van de financieringsstrategie blijft een uitstekende toegang tot de internationale kapitaalmarkten tegen lage kosten. In het kader van deze strategie streeft AEGON ernaar om obligatieleningen te plaatsen met een zodanige omvang dat deze voldoen aan de criteria voor opname in belangrijke kapitaalmarktindices. Met het oog daarop steunt AEGON het onderhouden van liquide secundaire markten in deze effecten door banken. AEGON richt zich tevens op particuliere beleggers, zoals blijkt uit de succesvolle uitgifte van de Junior Perpetual Capital Securities. Deze focus op de beleggersmarkt voor vastrentende waarden wordt verder ondersteund door een actief investor relations programma, zodat beleggers goed geïnformeerd blijven over de strategie en de resultaten van AEGON.

Het meeste schuldpapier van de groep wordt uitgegeven door AEGON N.V. en door twee maatschappijen waarvoor AEGON N.V. garant staat. AEGON N.V. heeft van zijn reguliere toegang tot de kapitaalmarkten gebruikgemaakt door onderhandse leningen te plaatsen in het kader van het Euro Medium Term Notes Program (USD 6 miljard) en een afzonderlijke Amerikaanse shelf registration. Het Euro Commercial Paper Program van AEGON (USD 2 miljard) en het Euro Commercial Paper Program van AEGON Funding Corp. (USD 4,5 miljard; gegarandeerd door AEGON N.V.) bieden indien nodig toegang tot de internationale en Amerikaanse geldmarkten. Daarnaast maakt AEGON N.V. gebruik van een US Domestic Commercial Paper Program ter waarde van USD 300 miljoen. AEGON beschikt over back-up kredietfaciliteiten voor uitstaande bedragen in het kader van de Commercial Paper Programs. De door banken — alle met een uitstekende rating — beschikbaar gestelde kredietfaciliteiten bedragen in totaal ruim USD 3 miljard. Tevens beschikt AEGON over aanvullende kredietfaciliteiten. Ultimo 2004 had AEGON N.V. een schuld van EUR 2,0 miljard ingevolge het Medium Term Notes Program en een schuld van EUR 95 miljoen uit hoofde van de diverse Commercial Paper Programs.

De operating leverage maakt geen deel uit van de vermogensbasis. Ultimo 2004 bedroeg de operating leverage EUR 1,0 miljard (2003: EUR 2,9 miljard). De operating leverage is in 2004 afgenomen als gevolg van de contante opbrengst uit de verkoop van de financierings- en containerverhuuractiviteiten van TFC. Dit werd deels gecompenseerd door de uitgifte van EUR 500 miljoen aan tienjaars vastrentende notes en EUR 75 miljoen aan vijftienjaars vastrentende notes ter financiering van de zekerheidsstelling ten behoeve van de herverzekeringsactiviteiten van AEGON USA, bij wijze van alternatief voor de huidige letter of credit vereisten. De resterende operating leverage houdt met name verband met de financiering van TFC en zijn dochtermaatschappijen.

Interne liquiditeit wordt gecreëerd door de uitkering van een eventueel surplus aan kapitaal of liquide middelen door de bedrijfsonderdelen. Deze uitkeringen kunnen echter aan beperkingen onderhevig zijn op grond van (lokale) wet- en regelgeving. De bedrijfsonderdelen beheren hun liquiditeit daarnaast op basis van de beleggingsportefeuilles.

De duration van de schulden en de rentestructuur van AEGON wordt beheerd aan de hand van de duration van kapitaalsbestanddelen die betrekking hebben op de investeringen in dochtermaatschappijen, zulks afhankelijk van de liquiditeitsbehoefte en de vermogens- en overige vereisten. Van de schulden van AEGON begrepen in de vermogensbasis op 31 december 2004 vervalt circa EUR 0,7 miljard binnen drie jaar, EUR 0,9 miljard tussen drie en vijf jaar en EUR 1,4 miljard na vijf jaar. AEGON is van mening dat het werkkapitaal, tezamen met de diverse leningen en kredietfaciliteiten, in ruime mate voldoet aan de huidige liquiditeitsbehoefte van de groep.

Den Haag, 2 maart 2005
De Raad van Bestuur

IN EEN OOGOPSLAG
KERNICIJFERS
OVERZICHT LANDEN
VAN HET BESTUUR
BRIEF VAN DE VOORZITTER
LEDEN RAAD VAN BESTUUR
VERSLAG RAAD VAN COMMISSARISSEN
LEDEN RAAD VAN COMMISSARISSEN
BEZOLDIGINGSBELEID
BELONING RAAD VAN COMMISSARISSEN
BELONING RAAD VAN BESTUUR
VAN BELANG
INZICHT
RISICO- EN KAPITAALMANAGEMENT
CORPORATE GOVERNANCE
CORPORATE RESPONSIBILITY
OVERZICHT ACTIVITEITEN
RESULTATEN
AEGON WERELDWIJD
AEGON AMERIKA
AEGON NEDERLAND
AEGON UK
OVERIGE LANDEN
OVERIGE INFORMATIE
OVERZICHT PER PRODUCTGROEP
AEGON AMERIKA
AEGON NEDERLAND
AEGON UK
OVERIGE LANDEN
FINANCIELE GEGEVENS
JAARREKENING
OVERIGE GEGEVENS
AANVALLENDE INFORMATIE
INFORMATIE VOOR AANDEELHOUDERS
BELANGRIJKE DATA
DOWNLOADS
Archives   |   Disclaimer en copyright   |   Terug naar jaarverslag homepage   |   Jaarverslag sitemap